De term 'erfdienstbaarheid' houdt in dat het ene erf op een bepaalde manier dienstig is aan een ander erf. Een bekend voorbeeld van een erfdienstbaarheid is het recht van overpad. Het recht van overpad komt er op neer dat de eigenaar van het ene erf (ook wel heersende erf) het recht heeft het andere erf (ook wel dienende erf) als (voet)pad te gebruiken. Er zijn vele soorten erfdienstbaarheden.
Een erfdienstbaarheid ontstaat door het opmaken van een notariële akte en de inschrijving daarvan in de registers van het Kadaster. In de notariële akte kan worden bepaald dat degene die profijt heeft van de erfdienstbaarheid een vergoeding (retributie) de ander moet betalen. Als de akte hierover niets bepaalt, is er geen vergoeding verschuldigd. Een erfdienstbaarheid kan in bepaalde gevallen ook door verjaring ontstaan. Een recht van overpad of overweg kan echter pas vanaf 2012 door verjaring ontstaan, omdat die mogelijkheid pas bij de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek in 1992 in de wet is gekomen en de verjaringstermijn twintig jaar is.
Hoe en op welke manier de erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend, wordt bepaald door de inhoud van de akte, eventueel aangevuld door plaatselijke gewoonte en/of uitoefeningswijzen in het verleden. Voorbeelden van erfdienstbaarheid:
Opheffing of wijziging van een erfdienstbaarheid kan alleen onder zeer strikte voorwaarden en via de rechter worden afgedwongen:
Het is altijd beter om eventuele geschillen in overleg met elkaar op te lossen. Als dat niet lukt, kunt u het geschil ter beoordeling voorleggen aan de rechter.
Meer informatie De juridische helpdesk van Vereniging Eigen Huis