Leent u geld voor een verbouwing of het onderhoud van uw eigen woning, dan kunt u de rente over deze lening in principe aftrekken. De Hoge Raad heeft in oktober 2004 een drietal uitspraken gedaan waarin een aantal vereisten worden gegeven om aftrek van rente te kunnen claimen. De voorwaarden die de Hoge Raad stelt zijn als volgt:
In een besluit van 13 november 2006 geeft de staatssecretaris van Financiën een verruiming van de mogelijkheden om de rente voor een verbouwing af te trekken in twee situaties, te weten het vooraf en achteraf financieren van een verbouwing.
Als u een lening bent aangegaan voor een verbouwing is het vaak zo dat het geleende bedrag niet in één keer wordt uitgegeven aan de verbouwing. U kunt echter gedurende een periode van zes maanden na het afsluiten van de lening de rente en kosten van de lening steeds volledig aftrekken. Dit is onafhankelijk van het feit of er al dan niet betalingen zijn gedaan. Wel geldt het 'oogmerkvereiste' ten aanzien van de lening. Ook moet u betalingsbewijzen bewaren, bijvoorbeeld bonnetjes en afschrijvingen, als bewijs dat u uw verbouwing hebt betaald. Duurt de verbouwing langer dan zes maanden, dan wordt na deze periode naar de werkelijke verbouwingssituatie gekeken. De lening wordt vanaf dat moment alleen als eigenwoninglening gezien als daaruit betalingen voor de verbouwing zijn gedaan. Hebt u bijvoorbeeld de helft van de lening besteed aan de verbouwing, dan kunt u de rente voor de helft aftrekken in box 1. De rente over de eerste zes maanden kunt u overigens wel volledig aftrekken.
Het kan voorkomen dat u pas een lening gedurende of na de verbouwing afsluit met het oog op de (verrichte) verbouwing. U hebt de verbouwing dan in eerste instantie (deels) met eigen geld gefinancierd. U mag deze verbouwingen dan alsnog met een lening financieren, waarover de rente bij de eigen woning aftrekbaar is. U kunt uw eigen middelen dan weer aanzuiveren met het geld uit de lening. Als voorwaarde geldt wel dat u de lening binnen 6 maanden na aanvang van de verbouwing bent aangegaan en u de uitgaven in die periode hebt gedaan. Dan kunt u deze uitgaven alsnog via een lening financieren waarover de rente bij de eigenwoning aftrekbaar is. Ook voor deze verbouwingskosten geldt de regel dat u de uitgaven met bijvoorbeeld bonnen moet kunnen aantonen.
Vaak wordt bij een verbouwing van de woning een verbouwingsdepot geopend. Deze situatie komt ook aan de orde in bovengenoemd besluit. Bij een verbouwingsdepot wordt het bedrag dat u leent door uw geldverstrekker in depot gehouden en uitbetaald naarmate de verbouwing vordert. Een dergelijk depot hoort eigenlijk in box 3 thuis. De Staatssecretaris heeft echter goedgekeurd dat een verbouwingsdepot in box 1 kan vallen. Gedurende maximaal twee jaar na storting van het verbouwingsdepot, kan de betaalde rente over de lening, na aftrek van de ontvangen depotrente, worden afgetrokken op uw aangiftebiljet inkomstenbelasting. Als binnen twee jaar blijkt dat het resterende depotsaldo niet meer voor de eigenwoning zal worden gebruikt, verhuist het restant en de daar tegenoverstaande lening naar box 3. Ook als na twee jaar nog een restant in het depot aanwezig is, verhuist dat deel van het depot en de daarbij behorende lening naar box 3. Neemt u weer geld op uit het depot en besteedt u dit aan de eigen woning, dan gaat daardoor (een deel van) de schuld alsnog naar box 1.
Voor meer informatie vindt u hieronder het besluit van de Staatssecretaris en de arresten van de Hoge Raad.
Besluit van 13 november 2006 Uitspraak 1 Uitspraak 2 Uitspraak 3