Een kapitaalverzekering keert uit bij overlijden vóór een bepaalde datum of bij in leven zijn óp die datum. Deze gemengde verzekering wordt vaak afgesloten om een hypotheek mee af te lossen. De premie bestaat uit een overlijdensrisicogedeelte en een spaargedeelte (spaarhypotheek). Het spaargedeelte kan ook worden belegd (beleggingshypotheek).
Als een kapitaalverzekering aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan deze aangemerkt worden als een Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW). Het voordeel van een KEW is dat de uitkering tot een bepaald bedrag is vrijgesteld voor de heffing van belasting. Dit vrijgestelde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
In box 1 gelden er voor uw kapitaalverzekering een aantal voorwaarden, waar u zich aan moet houden. Deze luiden als volgt:
Op het moment dat de polis tot uitkering komt en niet aan de voorwaarden is voldaan, wordt de ontvangen rente in box 1 belast (maximaal 52%). De ontvangen rente is de uitkering minus de betaalde premies.
Als er geen sprake is van een KEW, dan valt de kapitaalverzekering in box 3. Tijdens de looptijd wordt de waarde bij het vermogen opgeteld en over het deel boven de algemene vrijstelling betaalt u vermogensrendementsheffing. Voor polissen die afgesloten zijn voor 15-09-1999 kan een aparte waardevrijstelling gelden. Op het moment dat de polis tot uitkering komt is de uitkering (meestal) onbelast.
Meer informatie: Met ingang van 1 januari 2008 kunt u ook fiscaal gefacilieerd banksparen. Zie het dossier Banksparen.