Fiscale gevolgen bij tijdelijke verhuur

Tijdelijke verhuur van een te koop staande woning heeft ingrijpende fiscale gevolgen. Het bepaalt in belangrijke mate of u er daadwerkelijk op vooruit gaat met de tijdelijke verhuur van uw woning. Er komt daarnaast heel wat kijken om een woning te verhuren. Het voordeel van de huurinkomsten moet opwegen tegen de inspanningen en de kosten.

Tijdelijke verhuur: woning naar box 3

Bij een woning die leeg te koop staat is normaal gesproken nog gedurende twee tot uiterlijk drie jaar hypotheekrenteaftrek mogelijk. Deze termijn is met een jaar verlengd. De woning valt dan namelijk nog steeds in box 1 van de inkomstenbelasting ('Inkomen uit werk en eigen woning'). Als de woning (tijdelijk) wordt verhuurd, verhuist de woning naar box 3 ('Inkomen uit sparen en beleggen'). Dat betekent dat er vanaf dat moment geen hypotheekrenteaftrek meer mogelijk is. Gedurende de verhuurperiode moet de woning wel te koop blijven staan.

In box 3 wordt het saldo van de waarde van de woning en de resterende hypotheekschuld belast met 1,2% vermogensrendementheffing (voor zover het saldo niet binnen de vrijstelling valt van box 3). Daar staat tegenover dat de huurinkomsten onbelast zijn.

Als de woning direct na de verhuurperiode weer leeg te koop wordt gezet, valt deze vanaf dat moment weer in box 1. De rente is dan weer aftrekbaar tot aan het einde van de periode waarin de rente aftrekbaar zou zijn geweest als de woning onafgebroken leeg te koop had gestaan.

Lees de uitleg over het boxenstelsel op deze site

Regeling tijdelijke verhuur

Er is een regeling om de fiscaal ingrijpende gevolgen van het tijdelijk verhuren van de woning te verzachten. De mogelijkheid van renteaftrek kan weer herleven vanaf het moment dat de woning niet meer wordt verhuurd en (opnieuw) leeg te koop staat. De woning valt vanaf dat moment weer in box 1. Hierdoor heeft u weer recht op hypotheekrenteaftrek tot aan het einde van de periode waarin de rente aftrekbaar zou zijn geweest als de woning onafgebroken leeg te koop had gestaan.
De periode heeft maximaal betrekking op het jaar van het (leeg) te koop zetten van de woning plus de drie daaropvolgende jaren. 

Bekijk hoe lang u recht heeft op renteaftrek voor de leeg te koop staande of gekochte woning. (pdf)

Voorbeeld regeling tijdelijke verhuur

  • Een woning is op 1 februari 2010 te koop gezet. Zolang deze woning niet wordt verkocht, is de rente tot uiterlijk 1 januari 2014 aftrekbaar.
  • In februari 2011 is de woning nog steeds niet verkocht en wordt besloten de te koop staande woning te verhuren. Vanaf dat moment valt de woning in box 3 en is de rente niet meer aftrekbaar. In tegenstelling tot reguliere verhuur is de bijleenregeling hier niet van toepassing. U hoeft dus nog geen rekening te houden met de overwaarde van de verhuurde woning.
  • Als vervolgens op 1 februari 2013 wordt besloten de verhuur te beëindigen en de woning weer te koop te zetten, dan is de rente vanaf dat moment tot uiterlijk 1 januari 2014 weer aftrekbaar.

Duur regeling tijdelijke verhuur
De bovenstaande regeling is in werking getreden op 1 januari 2010. De regeling gold in beginsel voor een periode van twee jaar. Door de situatie op de woningmarkt is de periode met een jaar verlengd. Het is nog niet zeker of de verlenging na 1 januari 2013 nog wordt voortgezet. Ook voor woningen waarbij de verhuur al in 2008 of 2009 is begonnen, is de regeling van toepassing. De bijleenregeling is bij deze tijdelijke verhuursituaties niet van toepassing. 

Rekenvoorbeeld tijdelijke verhuur 2012

Stel u besluit uw lege, te koop staande woning te verhuren.

Uitgangspunten:

  • Door de tijdelijke verhuur verhuist de woning van box 1 naar box 3.
  • Verkoopprijs van de woning: € 300.000,-
  • Hypotheekschuld: € 250.000,-. 
  • Aftrek drempel schuld in box 3: € 5.800,- (uitgaande van twee fiscaal partners)
  • Heffingvrij vermogen box 3: € 42.278,- (2 x € 21.139,-)
  • Het totaal vermogen in box 3 bedraagt: € 300.000,- - (€ 250.000,- - € 5.800,-) = € 55.800,-
  • Belastbaar bedrag in box 3: € 13.522,- (€ 55.800,- - € 42.278,-)
  • Vermogensrendementsheffing à 1,2%: € 162,- per jaar (€ 13,- per maand)

Uitwerking:

  • Gedurende de periode van verhuur betaalt u de volledige rente van € 1.042,- per maand (5% x € 250.000,- op jaarbasis).
  • Dat scheelt u netto € 438,- per maand (gemist belastingvoordeel uitgaande van een belastingpercentage van 42%. Het eigenwoningforfait wordt hier niet meegerekend omdat de woning leeg te koop staat).
  • Per saldo heeft u een verlies aan fiscaal voordeel van netto € 438,- per maand. Toen het huis nog leeg te koop stond, betaalde u netto € 604,- per maand (€ 1.042 - € 438).

Per maand kost de verhuizing van box 1 naar box 3 dus netto € 452,- per maand (€ 438,- + € 14,-) voornamelijk veroorzaakt door het verlies aan hypotheekrenteaftrek. U zult in dit voorbeeld dus minimaal een huursom van € 1.055 (€ 1.042,- + € 13,-) per maand moeten ontvangen voor de woning om “quitte te spelen” en zo het verlies aan belastingvoordeel in box 1 en de extra verschuldigde belasting in box 3 op te moeten vangen.

Op het moment dat de woning weer uit de verhuur komt en de woning weer in lege toestand te koop komt te staan, kunt u de rente weer in box 1 aftrekken en is de netto hypotheekrente weer € 604,- per maand.  Ook betaalt u dan geen vermogensrendementsheffing in box 3 meer.

Lees meer over het berekenen van de huurprijs


Deel dit artikel: