Het boxenstelsel
Voor de inkomstenbelasting zijn er drie soorten belastbaar inkomen. Die worden ingedeeld in drie boxen. Iedere box heeft zijn eigen regels en tarief. Uw inkomen of vermogen wordt in een van de drie boxen geplaatst:
Box 1: Belastbaar inkomen uit werk en woning
Box 2: Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Box 3: Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (vermogen)
TabblokTabblok
Box 1: Inkomsten uit werk en woning
In box 1 vallen de inkomsten uit werk en woning. Er is een progressief schijventarief: hoe hoger uw inkomen, hoe meer belasting u betaalt.
Bekijk het schijventarief voor 2011 (pdf)
Bekijk het schijventarief voor 2012 (pdf)
In box 1 kunt u bepaalde kosten aftrekken, zoals de rente en kosten van leningen voor uw eigen huis en bepaalde premies voor lijfrentes. Maar ook de persoonsgebonden aftrek, zoals de giftenaftrek en kosten voor ziekte en invaliditeit. Alleen de inkomsten uit werk en eigen woning worden hier kort besproken.
- Inkomsten uit werk
In box 1 vallen winst uit onderneming, loon, salaris en inkomsten uit freelance werkzaamheden. Maar ook pensioenen, sociale uitkeringen, ontvangen alimentatie en uitkeringen van lijfrenten waarvan u de premie in deze box aftrekt. - De eigen woning
De eigen woning die als hoofdverblijf wordt gebruikt valt in box 1. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde, dat u bij uw inkomen moet optellen. Hypotheekrente en rente van leningen die u voor uw eigen woning bent aangegaan mag u gedurende maximaal 30 jaar aftrekken van uw inkomen. Sinds 1 januari 2004 is de renteaftrek van de lening voor een nieuwe woning beperkt door de bijleenregeling.
Vereniging Eigen Huis