'Woonbeleid kan efficiënter'

Geplaatst op 23 mei 2016 , bijgewerkt 24 mei 2016, 10:34

De woningmarkt moet verder worden hervormd, zo blijkt uit een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zowel consumenten als de schatkist zouden hier op termijn bij zijn gebaat. 

Beide organisaties pleiten er in het rapport 'Kansrijk woonbeleid' voor de hypotheekrenteaftrek sneller af te bouwen dan nu het geval is. Koopwoningen zouden dan op de lange termijn goedkoper worden, waardoor kopers een lage hypotheek hoeven af te sluiten en zich daardoor minder diep in de schulden hoeven te steken. 

Nadeel van versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek is de prijsschok voor koopwoningen die het CPB en PBL voorzien. Huizen dalen dan in waarde, waardoor vooral jonge huishoudens die onlangs een huis kochten, snel 'onder water' komen te staan. Dit betekent dat de actuele waarde van hun woning lager is dan de hoogte van hun hypotheek, waardoor bij verkoop een restschuld ontstaat. 

Rust

Regeringspartijen VVD en PvdA  zijn nog niet overtuigd van de noodzaak van verdere hervormingen. Beide partijen pleitten maandag vooralsnog voor rust op de woningmarkt. 

Het kabinet kan de adviezen van het CPB en het PBL overigens gemakkelijk naast zich neerleggen. Het rapport is alleen bedoeld om politici en beleidsmakers meer inzicht te geven in de mogelijke opties en effecten van maatregelen op de woningmarkt op lange termijn.

Woningmarktplan

'Hervormingen moeten de woningmarkt flexibeler en efficiënter maken', zegt Rob Mulder, directeur belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis. 'Maar niet ten koste van de betaalbaarheid en de woningwaarde. WONEN 4.0, het woningmarktplan van Vereniging Eigen Huis, de NVM, huurdersorganisatie Woonbond en de koepel van woningcorporaties Aedes, bewijst dat dit kan.'

Volgens Mulder draagt het rapport van het CBP en het PBL bij aan de discussie over financiële hervormingen op de woningmarkt. 'Essentieel voor een goed functionerende woningmarkt is een gezonde ontwikkeling in vraag en aanbod.'