Artikel
Energie

Daphne verduurzaamt

Vereniging Eigen Huis
Foto: Ron de Gruyl
Daphne van Paassen neemt lezers in een maandelijkse column mee op de weg die zij aflegt bij het verduurzamen van haar tussenwoning uit 1890. Deze weg is haar eigen. Al was het maar omdat elk huis en elke huiseigenaar anders is.
Auteur: Daphne van Paassen | Publicatiedatum: 6 juni 2018

Je hoeft geen granola-etende hipster meer te zijn om te streven naar een energieneutraal huis. De gaskraan in Groningen gaat binnenkort dicht en twee miljoen woningen moeten voor 2030 van het gasnet zijn gehaald, de rest voor 2050. Toch schiet het niet zo op met de verduurzaming van Nederlandse huizen. Vooral niet met die van u en mij – de particuliere woningen. Terwijl de verwarming en verlichting van huizen en gebouwen verantwoordelijk zijn voor 15 % van de totale CO2-uitstoot. 

Weliswaar gaat het iets beter dan pak ‘m beet tien jaar geleden. Inmiddels heeft meer dan de helft van de woningen een (voorlopig) A-, B-, of C-energielabel, waar dat in 2006 nog maar een derde was. Maar het mag allemaal wel een tandje harder willen we de klimaatdoelen van Parijs halen. Waarom gebeurt dat niet? En wat kunnen we eraan doen?

Omdat 80 % van het klimaatnieuws uit onheilstijdingen bestaat, hebben we de neiging onze kop daarvoor in het zand te steken.

Een paar maanden geleden zou ik nog gedacht hebben dat het te maken heeft met de manier waarop mensen nu eenmaal met grote problemen omgaan. Voor de Volkskrant schreef ik daarover een uitgebreid verhaal. Omdat 80 % van het klimaatnieuws uit onheilstijdingen bestaat, hebben we de neiging onze kop daarvoor in het zand te steken. Ook al gelooft 93 % van de Nederlanders in klimaatverandering en blijkt uit recent onderzoek dat zeven op de tien ook best in is voor een groenere leefstijl. 

Schuldgevoel

Die onheilstijdingen wekken volgens de Noorse psycholoog en econoom Per Espen Stoknes een gevoel van zinloosheid op; er valt tocht niets meer aan te doen. Het speelt zich ook nog eens in de toekomst af. En het zadelt ons op met een ongemakkelijk schuldgevoel doordat we, of we nu willen of niet, er zelf continu aan bijdragen. Al was het maar omdat we eten, autorijden en stoken en daardoor CO2 uitstoten. Dat zorgt voor een gevoel van innerlijke tegenstrijdigheid, in de psychologie wel cognitieve dissonantie genoemd.

We proberen dat de kop in te drukken met uitvluchten als: ‘mijn buren zijn pas vervuilend; die vliegen ieder jaar naar Thailand en rijden in een sjoemeldiesel. Ik doe het eigenlijk best aardig met dubbelglas in de woonkamer. En trouwens, gaan die paar zonnepanelen van mij het verschil maken?’ Door dit soort psychologische mechanismen die ons in staat stellen weg te kijken van het grote probleem, gebeurt er volgens Stoknes dus niets.

We drukken het schuldgevoel de kop in met uitvluchten als: 'mijn buren zijn pas vervuilend; die vliegen ieder jaar naar Thailand en rijden in een sjoemeldiesel.
Maar ik hoorde laatst een anekdote waardoor ik dacht: misschien is er daarnaast een veel alledaagsere reden waarom we zo weinig doen. Tijdens een bijeenkomst in mijn wijk over energiebesparing hoorde ik Ruud Koornstra, de nationale energiecommissaris (een door groene burgers in het leven geroepen functie om de energietransitie aan te jagen) een grappig verhaal vertellen. Hij vertelde dat de topvrouw van Shell hem onlangs had gevraagd: ‘Ruud, wat moet ik doen om mijn huis te verduurzamen?’ Ze zag door de bomen het bos niet meer, beweerde Koornstra. Terwijl, zo benadrukte hij, we hier toch te maken hebben met een slimme vrouw; ‘een ingenieur’. Maar het ene bouwbedrijf adviseerde dit en het andere weer iets heel anders. Ir. Mevrouw van Loon wist niet meer wat te doen met haar jarendertighuis. 

Waar te beginnen 

Het kostte me enige moeite om tot me laten door te dringen dat de baas van Shell en ik klaarblijkelijk op hetzelfde punt waren aanbeland. Ik, die meer dan gemiddeld tobde over het klimaat en met enige regelmaat schreef over duurzaamheid, was feitelijk geen stap verder dan de baas van het bedrijf dat zich binnenkort voor de rechter moet verantwoorden voor de klimaatschade die het aanricht. Maar ook ik had een half dozijn adviseurs en bouwbedrijven over – of beter onder – de vloer gehad die allemaal iets anders adviseerden. En ook de digitale verduurzaam-je-huis-achtige scans waar automatisch offertes van plaatselijke aannemers uitrolden, boden weinig soelaas. 

De anekdote over de Shellbaas wierp een nieuw licht op de vraag waarom mensen zich weliswaar bewust zijn van het klimaatprobleem, maar slechts mondjesmaat in beweging komen. Misschien weten ze simpelweg niet waar ze moeten beginnen. Mandy de Wilde onderzoekt aan de Wageningen University hoe mensen tot een keuze komen bij de verduurzaming van hun huis. Volgens haar treedt vooral na de oriëntatiefase vaak keuzestress op. ‘Er zijn zo veel producten, zo veel aannemers en bedrijven, zo veel regels en procedures, dan is er behoefte aan vertrouwen – in de vorm van onafhankelijk en duidelijk advies. Maar ook daar moeten mensen dan weer naar zoeken.’

Mij bekroop de keuzestress trouwens in een veel eerder stadium: want moesten we wel met zijn allen aan de warmtepomp of konden we veel beter inzetten op waterstof?

Mij bekroop die keuzestress trouwens in een veel eerder stadium: want moesten we wel met zijn allen aan de warmtepomp of konden we veel beter inzetten op waterstof, zoals hoogleraar Ad van Wijk van de TU Delft beargumenteerde: cv-ketels hoefden dan alleen maar aangepast te worden, de hele gas-infrastructuur zouden we kunnen blijven gebruiken. En waar je bij deze twee maatregelen nog kon denken: ik begin gewoon alvast met goed isoleren, dat is immers sowieso de eerste stap, gooide energiecommissaris Ruud Koornstra tijdens zijn eerder genoemde praatje de knuppel pas echt in het hoenderhok: hij had een manier van verwarmen ontdekt waarbij je helemaal niet hoefde te isoleren. Volstrekt achterhaald, vond hij, konden we echt onmiddellijk mee ophouden.

Zijn gehoor, leden van de buurtcoöperatie in mijn wijk, vielen zo ongeveer van hun stoel: ze waren deze avond juist bijeengekomen om gezamenlijk isolatiemaatregelen te gaan nemen. ‘Maar de innovatie komt nooit uit de sector zelf’, drukte Koornstra ons op het hart. ‘Veel te veel gevestigde belangen.' Daar zat natuurlijk wat in. Infraroodpanelen, dat zou het volgens hem helemaal worden. Omdat die panelen anders dan een centrale verwarming objecten verwarmen en niet de lucht, was isoleren overbodig, legde hij uit. Het publiek (inclusief ikzelf) viel onmiddellijk van zijn geloof in Biofoam korrels, pur-platen en tripleglas: en masse schreven we ons in voor een snel te beleggen infoavond over deze wonderpanelen.

We tikten allemaal het telefoonnummer van Ruud in onze telefoons. Hij was onze man. Hij was bevlogen, noemde zich evangelist. We wilden het dolgraag geloven. We kregen gewoon zin in de energietransitie. Tot we thuis gingen googelen: er was een hoop te vinden over infraroodpanelen, maar werkelijk geen enkele site beweerde dat infraroodpanelen isoleren overbodig maakten. Integendeel. 

Tijd voor actie 

De keuzestress was groter dan ooit. Desastreus, want net als cognitieve dissonantie kan die ertoe leiden dat je dan maar niets doet. En het was juist tijd voor actie. Gelukkig herinnerde ik me ook de woorden van Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen die onderzoekt hoe je mensen tot duurzaam gedrag kunt aanzetten. Als je van dat afwachtende het-helpt-allemaal-toch-niet-gevoel wilt afkomen en jezelf als huiseigenaar wilt motiveren om je huis duurzamer te maken, moest je gewoon iets groens doen. 

Steg vertelde dat je dan het best met de makkelijke dingen kon beginnen. ‘Dan roep je dat gevoel op dat je iets goeds doet, waardoor je jezelf ook als een duurzaam persoon gaat zien waardoor de kans weer groter is dat je je je als zodanig gaat gedragen.’ En als je het met anderen doet, heb je ook nog het gevoel dat het zin heeft; dan kun je je niet meer verschuilen achter de smoes dat jouw ene zonnepaneel toch geen verschil maakt. 

Nul op de meter 

Vanaf juli ga ik daarom hopelijk wat doen aan die keuzestress. Ik ga onderzoeken of je – ook als je geen halve ton tot je beschikking hebt – in de richting kunt komen van die fel begeerde nul op de meter. Makkelijk gaat het niet worden; mijn negentiende-eeuwse huis heeft weliswaar bijna overal hr++-glas en een van buiten geïsoleerd dak, maar geen spouwmuur en een tamelijk ondiepe kruipruimte. De o zo ‘authentieke’ deur met matglas en smeedijzer beslag kiert óf klemt, afhankelijk van de vochtgraad buiten. Ik zou graag een (hybride?) warmtepomp willen en zonnepanelen, maar kan dat in dit huis? Of zijn andere maatregelen rendabeler? 

Belangrijk ook: ik ben geen klusser, ik ben niet technisch en ik heb een full-time baan (het mag dus geen dagtaak worden). Ik ben dus een gemiddelde Nederlander die zoals alle gemiddelde Nederlanders voor een buitengewone klus staat. 

Daarom, maar ook omdat samen iets aanpakken stimulerend schijnt te werken – Weight Watchers is er groot mee geworden – zou het leuk zijn als u meedoet; als wij ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Want of je het nu doet voor de Groningers, voor het milieu of voor je eigen portemonnee (vaak denken we ten onrechte dat dat laatste ons het sterkst motiveert): aan de bak moeten we sowieso.

Opmerkingen en suggesties: daphne@eigenhuis.nl

Dit is een bewerkte versie van 'Daphne verduurzaamt' uit Eigen Huis Magazine, editie juni 2018.