Veelgestelde vragen over boeterente

1. Hoe weet ik de hoogte van de boeterente?

U kunt de boeterente zelf opvragen bij uw geldverstrekker. Hiervoor kunt u deze voorbeeldbrief gebruiken.

Mocht uw geldverstrekker rentemiddeling aanbieden, dan kunt u ook direct om een rentemiddelingsvoorstel vragen. Als zowel oversluiten als rentemiddeling mogelijk zijn, dan heeft uw adviseur alle gegevens bij de hand. Samen kunt u bepalen welke optie voor u het beste is.

2. Hoe wordt de boeterente berekend?

De bank brengt een boete in rekening voor het beëindigen van de lopende rentevaste periode. Voor een indicatie van die boete, houd de volgende berekening aan: 

Stel: u heeft een hypotheek van € 200.000, u betaalt 5 %. De resterende rentevaste periode is 5 jaar. De huidige rente voor 5 jaar is 2%.

De boete is dan: € 200.000 * (5 % - 2 %) * 5 jaar = € 30.000 

De bank verwacht nog 5 jaar 5 % rente te ontvangen. Aangezien de geldverstrekker het geld nu terug krijgt en het kan uitzetten tegen 2 %, wordt de gemiste rente als een boete in rekening gebracht.

3. Moet ik de boeterente in een keer betalen?

Kiest u voor rentemiddeling, dan wordt de boeterente verwerkt in uw nieuwe rente. De boete wordt dus uitgesmeerd over de nieuwe rentevaste periode.

Kiest u voor oversluiten, dan betaalt u de boeterente wel in één keer. Vereniging Eigen Huis adviseert hiervoor eigen geld te gebruiken. Dat levert het meeste rentevoordeel op. De oversluitingsboete kunt u ook meefinancieren in uw nieuwe hypotheek. Vraag uw adviseur wat in uw situatie de beste keuze is. 

4. Is de boete bij oversluiten gelijk aan de boete bij rentemiddeling?

Doorgaans betaalt u bij rentemiddeling een hogere boete dan bij oversluiten. De meeste aanbieders houden bij rentemiddeling geen rekening met het boetevrij bestandsdeel van minimaal 10 %.