Hoe we de productiekwaliteit garanderen

Peter van der Wilt, Consumentenbond

Peter-van-der-WiltToen we vorig jaar met Vereniging Eigen Huis om de tafel zaten om een gezamenlijke inkoopactie te bespreken, waren we het al gauw eens dat een onderzoek naar productiekwaliteit toegevoegd moest worden om aan onze hoge eisen tegemoet te komen. De Consumentenbond voert fabrieksinspecties uit om de kwaliteit te bepalen. En de fabrieken voeren op hun beurt EL-scans uit om eventuele onvolkomenheden aan de zonnepanelen aan het licht te brengen. En uiteraard halen alleen goedgekeurde fabrieken en panelen onze actie. Inmiddels hebben we het onderzoek ook uitgebreid naar de fabrikanten van omvormers waarmee onze leveranciers werken.

Fabrieksinspecties

We realiseerden ons dat het bij zonnepanelen vooral gaat om zorgvuldige productie met een consistente kwaliteit. Wat bedoel ik daarmee? Om te beginnen: om überhaupt in Nederland verkocht te mogen worden moeten zonnepanelen gecertificeerd zijn volgens de internationale norm IEC 61215. Je kunt dat zien op de (specificaties van de) panelen aan bijvoorbeeld een ‘TüV-keurmerk’. 

Maar wat zegt dat precies?

De bijbehorende testen moeten vooral productfouten in de eerste jaren van de levensduur van een zonnepaneel uitsluiten. Maar ze zeggen minder over de goede werking na bijvoorbeeld 10 jaar. 

Belangrijker nog: de testen voor het verkrijgen van zo’n keurmerk op basis van IEC 61215 worden  eenmalig gedaan, met panelen die door de fabrikant zijn geselecteerd. Officieel moeten fabrikanten vervolgens bij elke productiewijziging datzelfde type paneel opnieuw laten testen, maar in de praktijk gebeurt dat nauwelijks. En productiewijzigingen zijn er erg veel en vaak. 

Simpelweg zelf zoveel mogelijk panelen inkopen en in een laboratorium laten testen is geen optie. Alleen al omdat er honderden fabrikanten en nog veel meer typen zonnepanelen zijn. En goede testen duren zo lang dat de fabricage van het te testen product aan het eind van de test vaak alweer is gewijzigd, of het model is opgevolgd.

Wat dan wel?

Dus hebben we gekozen voor fabrieksinspecties, om te bepalen welke fabrikanten constant goede kwaliteit leveren. Dit is precies de methode die alle grote investeerders in grootschalige zonneparken hanteren. Gespecialiseerde ‘auditors’ van onafhankelijke testinstituten gingen voor ons op bezoek in de fabrieken waar de panelen die op de Europese markt verkocht worden vandaan komen. Ze hebben daar gigantisch veel dingen onder de loep genomen die voor kwaliteitsbewaking van belang zijn. Een paar voorbeelden:

  • Zorgvuldige en volledige documentatie
  • Goede instructies aan het personeel, onder andere over in welke situaties cellen of panelen uit de productielijn gehaald moeten worden.
  • Vastgelegde procedures voor wijzigingen in het productieproces. Goede checks op inkomende materialen en onderdelen.
  • Bewijzen dat er regelmatig controles door onafhankelijke partijen plaatsvinden. En welke aanvullende duur- en impacttesten doet de fabrikant zelf?
  • Zorgvuldigheid van het aan elkaar solderen van de afzonderlijke cellen. Dat kan volautomatisch of handmatig gebeuren; in beide gevallen heb je goede en slechte praktijken.
  • Een precies afgesteld laminatieproces (daarbij worden de verschillende delen van een zonnepaneel aan elkaar verlijmd in een oven) met nauwkeurige specificaties aan ingrediënten van de lijm, snelheid van de band en gelijkmatige temperatuur in de oven is heel belangrijk. Anders kan na een aantal jaar gebruik 'delaminatie' optreden. Dat is het van elkaar loskomen van verschillende laagjes binnen een zonnepaneel, met onveilige situaties of een lagere opbrengst als gevolg.
  • 100% elektrische veiligheidschecks van alle panelen. Je wil niet dat de schoorsteenveger over 10 jaar een schok krijgt van het frame van een zonnepaneel.
  • Positieve vermogenstolerantie. Een zonnepaneel van 270 Wattpiek (Wp) is zelden precies 270 Wp. Goede fabrikanten sorteren en labelen zo, dat een paneel van bijv. 266 Wp niet als 270 Wp verkocht kan worden, maar bij de serie met een lager vermogen terecht komt. 274 Wp kan zo juist weer wel als 270 Wp verkocht worden.
  • De machines (flashers) voor het bepalen van het vermogen, aan het eind van de productielijn, moeten regelmatig gekalibreerd en de lampen vervangen worden. Dat geldt ook voor andere machines en testapparatuur. De fabrikant moet dit kunnen bewijzen.

EL-scans

zonnepaneel met en zonder el-scan

Elk zonnepaneel van 1 X 1.60 bestaat uit 60 afzonderlijke zonnecellen. Die cellen kan de panelenfabrikant zelf maken, of inkopen bij een zonnecellenfabrikant. In beide gevallen is het erg belangrijk dat de cellen goed gecheckt en gesorteerd worden voor ze in panelen samengevoegd worden. Elke cel is namelijk net weer een beetje anders, en je moet voorkomen dat cellen met net andere kleuren of andere vermogens bij elkaar in een paneel komen te zitten. Om esthetische redenen, maar ook om later levensduurproblemen door ‘hot-spots’ te voorkomen. 

Daarnaast kunnen door onzorgvuldig hanteren (of bij het aan elkaar solderen) in sommige cellen kwalijke barstjes ontstaan . Die kunnen funest zijn voor de levensduur van een paneel, terwijl je er in de eerste gebruiksjaren nog niets van hoeft te merken. Een goede fabrikant voert daarom in de productielijn zogenaamde Elektroluminescentie-scans (EL-scans) uit. Zulke scans brengen die barstjes (‘micro-cracks’) letterlijk aan het licht nog voor de cellen in de laminatie-oven aan de andere lagen vastgemaakt worden.

Links het paneel zoals je het met het blote oog ziet.
Rechts een beeld van ditzelfde paneel gemaakt met zo'n EL-scan, en dat ziet er een stuk minder goed uit! 

Tot slot

Hebben we zo alle belangrijke fabrikanten kunnen onderzoeken? Daarop is het antwoord helaas ‘nee’. Om uiteenlopende redenen konden onze inspecteurs bij bepaalde fabrikanten geen kijkje nemen. En uiteraard doen wij geen uitspraken over fabrikanten die we niet konden controleren. Die vind je dus ook niet in ons aanbod terug.