Artikel
energie

Daphne verduurzaamt

Waarom denken die lui niet met je mee?

Vereniging Eigen Huis
Foto: Ron de Gruyl
Daphne van Paassen neemt lezers in een maandelijkse column mee op de weg die zij aflegt bij het verduurzamen van haar tussenwoning uit 1890. Deze weg is haar eigen. Al was het maar omdat elk huis en elke huiseigenaar anders is.
Auteur: Daphne van Paassen | Publicatiedatum: 10 december 2018

Ik schrijf deze column met armwarmers en een sjaal om. Het is de eerste herfstige dag en 17 graden in huis. De afgelopen maanden heb ik af en toe mailtjes gehad van lezers die me aanraadden mezelf te harden: koud douchen, de thermostaat een paar graden lager zetten (‘Je voelt je echt energieker’). Ik hoefde nog net niet aan het raw food (bespaart ook gas). Maar die mails zijn niet de reden dat ik er zo bij zit. Na de zonnepanelen en verbouwing van de douche deze zomer, wilden we eigenlijk even geen cent meer uitgeven. Maar bij die laatste verbouwing waren de leidingen en verwarmingsbuizen verlegd en moest de verwarming van het bovenhuis opnieuw worden aangesloten – en dat kon alleen als er ook oude leidingen werden vervangen.

Was het niet slim de jaren zeventig lamellenconvectoren dan maar meteen mee te nemen? ‘Als je iets gaat vervangen, is dat een natuurlijk moment om te kiezen voor een groen alternatief’, zeggen duurzaamheidsadviseurs altijd. Misschien moesten we dus over op lagetemperatuurverwarming (LTV). Daarmee bespaar je direct al gas en het is een goede voorbereiding op een eventuele (hybride) warmtepomp later. Normaal pompt een cv-ketel water van een graad of 80 door je radiatoren. Bij lagetemperatuurverwarming is de aanvoertemperatuur veel lager: tussen de 25 en 50 graden (wat minder gas verbruikt). Lagetemperatuurradiatoren zijn wat groter waardoor ze bij een lage aanvoertemperatuur toch genoeg warmte kunnen afgeven.

Ik checkte het bij de adviseurs van Vereniging Eigen Huis: puik plan, vonden ze. Terzelfder tijd mailde lezer Jeroen uit Ridderkerk me toevallig dat hij LTV-radiatoren ging laten plaatsen om te testen of zijn huis deze winter al kon draaien op een warmtepomp. Kreeg hij het met ‘deze kleine lage investering’ en een aanvoertemperatuur van rond 30 graden warm, dan kon hij gaan denken over een warmtepomp. Dubbelgoed idee dus. Nu schijnen installateurs die iets afweten van dit soort technieken, dun bezaaid. Dus we waren blij dat we er een via via vonden. Dat was hartje zomer. Alle tijd, dachten we. 


Misschien heeft het met de dunbezaaidheid te maken, maar het duurde weken voor hij kon langskomen en daarna weken voor er een offerte kwam. En die was met 4.500 euro ver boven het bedrag dat we verwachtten.

Inmiddels was het herfst. Ik durfde met die wachttijden niet over te stappen naar een ander, want voor díe aan de slag zou zijn, was het waarschijnlijk hartje winter. Viel er te bezuinigen? Hoeveel zou het schelen als we alleen op de bovenste verdieping LTV-convectoren zouden plaatsen (en niet op de tussenverdieping)? vroeg ik per mail aan de installateur. Ik kreeg geen antwoord. Ik mailde opnieuw: als we voor de helft LTV-convectoren plaatsten, kon de temperatuur van de ketel waarschijnlijk niet omlaag – dus dan had de hele actie geen zin. Ik hoorde niets. En ik dacht: als je iets moet vervangen is dat helemaal geen natuurlijk moment om te kiezen voor een duurzaam alternatief. Je bent dan gewoon keihard te laat.

We haalden diep adem. Dan maar een jaar niet op vakantie. Geen concerten. Geen Indische afhaal, niet uit eten. Die verwarming moest aan! We accepteerden de offerte. De redding kwam uit onverwachte hoek: de levertijd van de convectoren bleek zes weken. Wat? Zo lang konden we toch niet in de kou zitten? De installateur (‘sorry, druk, griep, begin van het stookseizoen’) antwoordde dat hij de oude verwarming kon aansluiten en dan in het voorjaar de nieuwe verwarmingselementen.

Het werk was in drie uur gepiept en net voor hij vertrok kon ik hem nogmaals live mijn vragen stellen. O, maar een combinatie van oude en nieuwe convectoren was in ons geval geen probleem: we hadden namelijk al lagetemperatuurconvectoren! Ik was te beduusd om uit te roepen wat ik later dacht: waarom zou ik ze dan vervangen?! En bozer: waarom dachten die lui niet echt met je mee? De keteltemperatuur staat inmiddels op 60, misschien kan die zelfs naar 50. We zijn dus zonder nieuwe radiatoren toch al aan het besparen. We haalden meteen een Indische rijsttafel om het te vieren.

Opmerkingen en suggesties: daphne@eigenhuis.nl

Daphne is niet de enige die worstelt met het verduurzamen van haar huis, blijkt uit de tientallen reacties die soms dagelijks binnenkomen. Omdat ze zo herkenbaar zijn, ze zulke goede adviezen bevatten en ze zo duidelijk illustreren wat woningbezitters nodig hebben, delen we (met toestemming van de schrijvers) enkele van die brieven hier.

Ik ben ook zzp’er, heb drie jaar geleden zonnepanelen op ons dak gezet. Overigens was ons huis toen net een jaar oud, dus was de meterkast up-to-date. Voor het aanvragen van de btw-teruggave ben ik uiteraard op de site van de Belastingdienst gaan neuzen. Daar bleek dat je je dan als zelfstandige moest aanmelden. Om, als ik het me goed herinner, kort daarna na de teruggave weer te stoppen. Zo gezegd, zo gedaan. Mooi niet! Ik werd kort daarna op een avond (!) door een mevrouw van de Belastingdienst gebeld dat ze had gezien wat ik had gedaan, maar dat ik al als zzp’er bij de Belastingdienst bekendstond en dat ik die zonnepanelenaankoop gewoon bij de eerstvolgende kwartaalaangifte kon meenemen. Dat heb ik gedaan (niet het aankoopbedrag afgetrokken, want dat was natuurlijk privé). Geen enkel probleem. De uitgespaarde btw heb ik vervolgens naar mijn privérekening overgeboekt. 
Caspar

De btw op zonnepanelen is terug te vragen via een ander btw-nummer dan dat van de zzp’er.Ook ik ben zzp’er en heb (in 2018) btw teruggekregen op onze panelen door een btw-nummer op naam van mijn vrouw aan te vragen (en direct na teruggave weer op te zeggen). Waar je dan wel op moet letten is dat het energiecontract ook op de naam van deze persoon (in ons geval mijn vrouw) moet staan. Enigszins omslachtig, maar zo werkt dat blijkbaar. Is ons overigens aanbevolen door de leverancier van de panelen en uitgevoerd door een gespecialiseerd bureautje. Kosten voor aanvragen btw-nummer en afhandeling van de teruggave: 50 euro – die ook nog eens door de leverancier van de panelen is betaald. Waarom zo ingewikkeld en niet gewoon via het btw-nummer van de zzp’er? De oorzaak is als volgt: als een btw-nummer wordt opgezegd, worden blijkbaar alle btw-nummers die op dezelfde naam staan opgezegd. Dus als je het btw-nummer opzegt voor de teruggave van de btw over de zonnepanelen, wordt automatisch ook het btw-nummer van de zzp’er opgezegd. En dus de oplossing: zet het btw-nummer voor teruggave op een andere naam. Dat kan op hetzelfde adres. Kleine complicatie zoals genoemd is dat het energiecontract dan inderdaad ook op naam van deze persoon moet staan. Wij hebben daartoe dan ook het bestaande energiecontract afgesloten en een nieuw contract (bij een andere leverancier) gesloten. Dit zou je wat geld kunnen kosten als je binnen de looptijd afsluit, maar dit zal minder zijn dan de teruggave. In ons geval konden we keurig aan het einde van de looptijd het energiecontract afsluiten en hebben dus het volledige bedrag teruggekregen. 
Erik

De worsteling rond zonnepanelen is: wat is het juiste moment om in te stappen? Je keuze is weloverwogen en zo te zien heb je een heel redelijke prijs betaald. Vergeet niet je btw terug te vragen. Veel mensen staren zich blind op de wattpieken. Het is belangrijk naar het geheel te kijken, inclusief omvormer. Zelf vind ik het belangrijk te kunnen monitoren per paneel. Ik zie bijvoorbeeld dat de opbrengst van een van mijn panelen iets achterblijft. Het zit nog binnen de tolerantie, maar zonder optimizers zou ik 5 tot 10 procent minder opbrengst hebben. Een goede leverancier geeft een jaarprognose op basis van de totale installatie, de ligging, de hellingshoek en eventuele schaduwfactoren. Daar heb je meer aan als de kale optelsom van je panelen. 
Peter

In Eigen Huis Magazine van november 2018 steekt een zekere Pieter de loftrompet over de radiatorventilator van SpeedComfort. Zo beweert hij onder meer dat het comfort vergroot wordt, de ketel korter brandt en gebruikers energiebesparingen vaststellen tot 30 procent, waardoor de investering in de ventilator doorgaans al binnen twee stookseizoenen terugverdiend is. Hoe betrouwbaar is zo’n claim? Het lijkt te mooi om waar te zijn en dat is het misschien ook wel. Enig onderzoek via internet leert dat gebruikers weliswaar een verhoogd comfort waarnemen maar over een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de werking en resultaten van de radiatorventilator (ook van andere merken) is daar niets te vinden. De praktijktesters komen er evenmin tot eensluidende conclusies. Dat verklaart mogelijk ook dat Pieter niet naar een gedegen onderzoek verwijst maar zich voornamelijk moet baseren op aannames en subjectieve waarnemingen. Vooralsnog lijkt zijn lofzang een hoog ‘wij van WC-eend’-gehalte te hebben. 
Ton

Reageren?

Mail naar daphne@eigenhuis.nl. Wij kunnen jouw reactie (ingekort) plaatsen.

Lees ook de vorige column van Daphne

Dit is een bewerkte versie van 'Daphne verduurzaamt' uit Eigen Huis Magazine, editie december/januari 2018.

We zijn genomineerd voor website van het jaar. Stem je op ons?