Artikel
Van afvalverbranding naar een warm huis

Zó werkt een warmtenet

Duurzame stadswarmte is in opmars als alternatief voor de aardgasgestookte cv-ketel. De afvalenergiecentrale van AVR in Duiven verbrandt restafval en voorziet zo ongeveer dertigduizend huishoudens van verwarming en warm water. 
Auteur: Lizanne Schipper | Publicatiedatum: oktober 2020

Een kolossale grijper, een soort reuzenspin, roert in een berg afval, grijpt een pluk en stijgt op. Ongeveer vijfduizend kilo troep bungelt daar, genoeg om één huis een jaar lang te verwarmen, aldus Michiel Timmerije. “Dit is onze brandstof”, zegt hij met een weids gebaar naar het afval. Timmerije is directeur energie en reststoffen bij AVR, dat afvalenergiecentrales heeft in het Gelderse forensendorp Duiven en in Rozenburg, vlak bij Rotterdam. Het is de bron van stadsverwarming, tegenwoordig ook vaak een warmtenet genoemd, dat vele duizenden huishoudens er warmpjes bij laat zitten.

Het terrein van AVR bevindt zich aan de rand van Duiven. Achter een stalen draaihek doemen de indrukwekkende loodsen op, reusachtige pijpen en schoorstenen, stoomturbines, trappen, hekwerken en loopbruggen. Een truck stopt bij hoofd productie Kasper van der Veen, een jonge chauffeur met een tandenstoker in zijn mondhoek leunt door zijn open zijraampje en vraagt waar hij moet zijn. Tegen een muur staan twee rode bedrijfsfietsen, voor medewerkers die aan de andere kant van het terrein moeten zijn. Zo’n honderd mensen werken hier, maar buiten zijn alleen af- en aanrijdende vrachtwagens te zien. Zij halen samengeperst huisafval op bij overslagstations in heel Nederland en storten dat in de ‘bunker’, zoals de afvalhal wordt genoemd. De centrale draait 24 uur per dag door, zeven dagen per week. Vierhonderdduizend ton afval gaat er jaarlijks doorheen.

CO2 afvangen 

Maar het begint in het aangrenzende vertrek, het ‘stortbordes’. Daar rijden de vrachtwagens binnen, langs manshoge blauwe pictogrammen die veiligheidskleding voorschrijven. Sommige moeten hier hun vracht uitstrooien, zodat medewerkers van AVR er een geoefende blik op kunnen werpen. Als steekproef, maar ook wanneer er aanwijzingen zijn dat er bijvoorbeeld asbest of recyclebaar materiaal bij zit. De meeste wagens mogen doorrijden. Zij parkeren hun achterkant bij een open poort naar de bunker en kiepen hun lading, via een transportband in de oplegger, bij het overige restafval.

Fronsend wijst Timmerije op een grijzige vorm in de berg, een oude matras. “Dat willen we dus niet. Matrassen moeten worden gerecycled. Eentje kan geen kwaad, maar met grotere hoeveelheden kan het proces verstoord raken.” Elders in het gebouw controleren medewerkers met geavanceerde analyse-apparaten of er niet te veel schadelijke stoffen bij de verbranding vrijkomen. Een deel van de CO2 uit de rookgassen wordt afgevangen en in vloeibare vorm geleverd aan glastuinbouwbedrijven. Die hebben CO2 nodig voor de groei van hun planten, en op deze manier hoeven ze daarvoor geen aardgas te gebruiken. Naast huishoudelijk restafval uit heel Nederland – uit de grijze container – komt in de bunker ook restafval van bedrijven terecht. Die twee stromen worden gemixt voor een stabielere verbranding, legt Van der Veen uit.

“We maken er lasagne van.” In het afval fl adderen felblauwe stukken plastic, van achtergebleven vuilniszakken. De gele grijpspinnen gooien hun vangst over de betonnen wand in de volgende ruimte, in een trechter die zijn inhoud stort in een van de drie verbrandingsovens. Een aparte oven is er voor de verbranding van papierpulp.

Biomassa

Over het gebruik van houtresten voor stadsverwarming is nogal wat te doen de laatste tijd. Verschillende partijen, zoals sommige milieuorganisaties en wetenschappers, hebben kritiek op het verstoken van biomassa. Ze doelen daarbij vooral op hout waarvoor bossen worden gekapt. Maar biomassa is breder. Zo verbrandt AVR alleen het materiaal dat overblijft bij de recycling van oud
papier waarvoor geen andere bestemming is.

Ook een flink deel van het gebruikte restafval is organisch, en kun je beschouwen als biomassa. Op den duur zou de hoeveelheid beschikbaar restafval overigens wel eens kunnen slinken, wanneer nog meer afval wordt gerecycled. Tegen die tijd kan er naar verwachting meer stadswarmte worden gewonnen uit de aarde (geothermie) en uit oppervlakte- en rioolwater (aquathermie). Dat zijn onuitputtelijke bronnen waarbij geen CO2 wordt uitgestoten, dus nóg duurzamer.

Gaspedaal

Bezoekers van de afvalcentrale in Duiven tooien zich in een witte wegwerp-overall, robuuste veiligheidsschoenen, een oranje helm en een transparante voorzetbril, en mogen dan via metalen wenteltrappen en loopplanken mee naar de oven. Hoofd productie Van der Veen draait aan een kleine slinger en zwaait een rond klepje open in de zware ijzeren deur. “Als je door dit raampje naar boven kijkt, zie je het vuur.”

In de oven bevinden zich grote rollen die het afval omlaag draaien, aangezwengeld door assen aan de buitenzijde van de oven. “Die vormen het gaspedaal van het verbrandingsproces”, aldus Van der Veen. Door de toevoeging van verbrandingslucht gaat het restafval branden. Het verbrandingsproces wordt permanent in de gaten gehouden in de controlekamer. Daar turen twee mannen in t-shirt afwisselend naar de in een halve cirkel geplaatste monitoren op hun bureau en naar de procesgegevens op de rij grote schermen aan de muur. De video wall, noemt Timmerije het. “Deze collega’s staan in contact met twee man in het veld. Zij checken onder meer of de emissies in de rookgassen die bij de afvalverbranding vrijkomen voldoen aan de wettelijke normen. Deze ruimte is cruciaal.”

Stoomturbines

Hoe het verdergaat: het vuur brengt het water in de buizen aan de zijkant van de oven aan de kook. Zo ontstaat stoom. Die wordt overgedragen naar het stadswarmtenet, en deels gebruikt voor de productie van elektriciteit. Dat gebeurt via stoomturbines, een soort gigantische windmolen die wordt aangedreven door stoom en voorzien van een grote dynamo. “Die turbine draait op een zeer hoog toerental”, zegt Van der Veen. “Een ontiegelijk lawaai daar, we gaan er maar niet naar binnen.”

Op 120 graden Celsius pompen we het warme water door naar de kleinere overdrachtsstations in de centraal verwarmde woonwijken in Duiven, Westervoort en het naburige Arnhem. Die verdelen via een buizennetwerk het warme water, dat inmiddels is afgekoeld naar ongeveer zeventig graden. Het water verwarmt de huizen en stroomt afgekoeld weer terug naar de centrale van AVR, om opnieuw door het afvalvuur te worden verhit. De pompen en ondergrondse buizen zijn eigendom van energieleverancier Vattenfall, dat op het terrein van AVR ook een eigen kantoortje heeft. Aan de deur hangt nog een bordje met de oude naam, Nuon. “In de winter hebben we hier wekelijks overleg over de werkzaamheden”, zegt Van der Veen. Zelf heeft hij thuis in Arnhem nog geen stadsverwarming. Jammer, vindt hij. Zijn goed geïsoleerde woning van twaalf jaar oud zou zich er wel voor lenen, maar de benodigde buizen liggen er nog niet. “Ik zou het wel willen. Al was het maar om die lelijke cv-ketel op zolder kwijt te zijn.”

 

* Bron: Vereniging Eigen Huis, gebruikersonderzoek warmtenet. Lees hier het onderzoek.

Dit is een bewerkte versie van het artikel 'Zó werkt een warmtenet ' uit Eigen Huis Magazine, oktober 2020.

Ook interessant

Stadsverwarming

De komende jaren moeten 100 duizenden woningen op stadsverwarming worden aangesloten. Wat komt daar bij kijken? En hoe werkt zo’n warmtenet eigenlijk? Wat is stadsverwarming?

Warmtewet: 5 vragen

Ongeveer 400 duizend huishoudens verwarmen hun woning nu met stadsverwarming. De komende jaren komen daar 750 duizend huiseigenaren bij. Een nieuwe wet moet zorgen dat zij niet te veel betalen voor de levering van warmte. Vragen en antwoorden

Klimaatplannen van de overheid

Uiterlijk in 2030 moeten 1,5 miljoen woningen van het aardgas af zijn. Wat betekent dit voor jou? Over de klimaatplannen

Hoe het warmtenet opnieuw wordt uitgevonden

Warmtenetten zijn de gedroomde opvolgers van het huidige aardgasstelsel. Alleen: zo’n net aanleggen in een al bestaande wijk is wel even andere koek dan alles wat tot nu toe is gedaan. Lees het artikel