Artikel
energie

Daphne verduurzaamt

Permafrost kweken

Vereniging Eigen Huis
Foto: Ron de Gruyl
Daphne van Paassen neemt lezers in een maandelijkse column mee op de weg die zij aflegt bij het verduurzamen van haar tussenwoning uit 1890. Deze weg is haar eigen. Al was het maar omdat elk huis en elke huiseigenaar anders is.
Auteur: Daphne van Paassen | Publicatiedatum: 11 november 2019

Misschien heb ik iets fout gedaan bij de opvoeding en misschien moet ik nodig in relatietherapie. Want als het om het verduurzamen van ons huis gaat, gedraagt mijn gezin zich als een soort VvE zonder splitsingsreglement: iedereen wil iets anders, of niets, maar is het in ieder geval nooit met elkaar eens. (Klimaatcommunicatie: ik zal aan deze onbelichte kant van de energietransitie nog eens een column wagen – misschien heeft het kabinet er ook wat aan.)

Dus toen mijn zoon onlangs met enig geweld de deur van het vriesvak openbrak en, kijkend naar de klomp ijs daar, vroeg of ik in de strijd tegen de opwarming van het aarde permafrost aan het kweken was en of het niet eens tijd werd voor een nieuwe ijskast, antwoordde ik: ‘Jij altijd met je kopen!’ Tot hij er een berekeningetje tegenaan gooide. Wist ik dat een koelkast en vriezer goed zijn voor 15 procent van de elektriciteitsrekening? De ingebouwde koelvriescombinatie was nog van de oude bewoner en dus zeker zo’n zeven, acht jaar oud. Een A+-model dat zo’n 350 kWh per jaar zou verbruiken. In goede doen althans – maar dat was ‘ie gezien zijn diepgevroren staat al lang niet meer. En hoewel A+ zuinig klinkt, is dat tegenwoordig het minst zuinige label waarmee een koelkast mag worden verkocht.

Maar, bracht ik ertegenin, het kost ook bakken energie om die apparaten te maken – dat heb je er echt niet zo maar uit. Wel dus. Tenminste als het om koelkasten en wasdrogers gaat (maar die laatste hebben we niet). Voor bijna alle andere elektronica is het zuiniger iets te laten repareren als het kapot is. Maar volgens de berekeningen van Milieu Centraal is het bij koelkasten van een jaar of zeven, acht altijd beter voor het milieu om een nieuwe te kopen omdat ze de laatste jaren heel veel zuiniger zijn geworden (koop dan meteen een A++ of A+++).

En dus kwam er een nieuwe. Voor mijn monitor gold iets vergelijkbaars. ‘Refurbished’ noemde ik de oude tv op mijn bureau waaraan ik in tijden van nekklachten mijn laptop aansloot. Hartstikke milieubewust dat hergebruik van spullen die anderen hadden afgedankt. ‘Met een vermogen van 70 watt?’ Dat was de zoon weer. Hij googelde een exemplaar met een vermogen van 13,5 watt. Ik ging ook hier overstag. Waarop hij aan een inspectie van de tv begon. ‘O nee!’, riep ik. Ik wist precies waar dat op zou uitdraaien. Tv’s zijn de laatste jaren helemaal niet veel zuiniger geworden, wel veel groter. Dat ging ik winnen.

Opmerkingen en suggesties: daphne@eigenhuis.nl

Reacties van lezers

Daphne is niet de enige die worstelt met het verduurzamen van haar huis, blijkt uit de tientallen reacties die soms dagelijks binnenkomen. Omdat ze zo herkenbaar zijn, ze zulke goede adviezen bevatten en ze zo duidelijk illustreren wat woningbezitters nodig hebben, delen we (met toestemming van de schrijvers) enkele van die brieven hier.

Reacties op 'Wind van eigen dak' 

In de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog was ik een joch van een jaar of elf en ik heb heel wat gebeurtenissen en veranderingen bewust meegemaakt. In die tijd stokte de energievoorziening (gas en licht) geregeld in mijn toenmalige woonplaats Leeuwarden. Diverse mensen plaatsten daarom een zogenoemde ‘wind-charger’ op hun dak. Ik heb mijn vader ze nog zien maken. Hij was autotechneut, maar auto’s reden in die tijd bijna niet meer. Hij besteedde veel van zijn tijd aan het vinden van oplossingen voor het ontbreken van gas en elektriciteit via de geëigende kanalen.

Een windcharger was een – veelal gebruikte – 6V autodynamo waar twee propellerbladen aan werden bevestigd. Deze constructie werd op een paal zo hoog mogelijk op het dak van een woning gezet om zoveel mogelijk wind te vangen waardoor de dynamo begon te draaien en een – wederom meestal gebruikte auto-accu – oplaadde. Overal in huis liepen draden en waren kleine fietslampjes gemonteerd die zodra het donker werd aangestoken werden waar dat nodig was.

De verlichting mocht ook weer niet te fel zijn en naar buiten schijnen, want er bestond een verduisteringsplicht. Dit om Engelse vliegtuigen de mogelijkheid te onthouden zich te oriënteren met behulp van de verlichting op de grond. Het idee van een windmolen op het dak van een woning is dus niet nieuw. Overigens waren de molens na de oorlog weer heel snel verdwenen, toen de elektriciteitsvoorziening weer in orde was, waar iedereen erg gelukkig mee was. ’Het milieu’ bestond toen nog niet.
Wilhelmus

U schrijft ‘daarbij draait een molen 24 uur per dag en dus ook ‘s avonds als je de meeste stroom verbruikt.’ Als je de ‘Westermeerwind-app’ bekijkt (Westermeerwind is een windmolenpark bij Urk in het IJsselmeer) dan zie je op dit moment dat er 11 MW wordt geproduceerd van de 144 MW. Alleen bij windkracht 8 of meer komt de opbrengst in de buurt van de beoogde productie. Houd deze app in de gaten en ik ben benieuwd naar uw volgende column. Als u er eentje op uw dak zet doe ik mee.
Judith

Graag wil ik opmerken dat naast hoogsensitieve personen (want het zijn vast niet alleen klagende buurvrouwen), er ook personen zijn, waarvoor ronddraaiende of snel bewegende voorwerpen, zeeziekte opwekken. Het zou dus passen in de discussie over kleine windmolens om vooraf rekening te houden met de kwantiteitsvraag en plaatsingsvraag in verband met het welzijn van mensen. Zeker als het de bedoeling is om dit product particulier te verkopen.

Grote windmolens leveren al heel wat discussie over wenselijkheid op, met deze kleintjes wordt dat denk ik niet minder. Zeker gezien ze niet direct kostendekkend lijken te zijn. Na het lezen van dit artikel rijst de vraag of het niet meer om economisch gewin gaat door handel, dan om vergroening. Nederland raakt nog altijd dichtbevolkter en er zijn ook steeds meer mensen die hinder ervaren of overprikkeld raken door geluid, licht en dus ook beweging. Die mensen afdoen als zeur vind ik niet ethisch. Deze discussie is relevant. Het gaat niet alleen om wat het oplevert aan milieuwinst en financiën, maar ook aan leefbaarheid. Vaak wordt hier niet afdoende over nagedacht vooraf, denk maar aan het lawaai van de warmtepomp. 
Paula

De gedachte aan windmolens op de daken is een nachtmerrie. Ja, inderdaad, het waait vaak in Nederland, en de gedachte dat het iets zou kunnen opleveren lijkt logisch. Maar ik ben dus die hoogsensitieve buurvrouw. En ik ben niet alleen. Maar ik durf niet te klagen want ‘hoogsensitief’, en dus ‘een zeur’? Het laatste dat je wil wanneer je dan eindelijk op je balkon zit of in je tuin, is de voortdurende beweging van een windmolen in de periferie van je blik. Je kunt je niet afwenden van beweging, die zie je niet alleen, je voelt hem ook.

En dan de belofte ‘geruisloos’ die niet te handhaven is. Want alles dat beweegt produceert geluid, dat is inherent aan beweging. Lucht komt in trilling, en dat is geluid. Stel je voor dat je een hele straat, of woonwijk bouwt met dit soort windmolenwieken op de daken. Ik kan me voorstellen dat het een prima uitvinding kan zijn voor mensen die zelfvoorzienend in afgelegen gebieden wonen. Maar de aandacht voor onze eigen leefomgeving en die van onze buren is belangrijk – net zo belangrijk als de aandacht voor het klimaat en energiebesparing. 
Els

Reageren?

Mail naar daphne@eigenhuis.nl. Wij kunnen jouw reactie (ingekort) plaatsen.

Dit is een bewerkte versie van 'Daphne verduurzaamt' uit Eigen Huis Magazine, editie november 2019.