Vloerisolatie onderkant begane grond

Een beganegrondvloer zonder isolatie kan vocht doorlaten vanuit de kruipruimte. Een isolatielaag remt het vocht af. De kruipruimte moet wel hoog genoeg zijn om vloerisolatie aan te kunnen brengen.  

Houten vloeren

Een kruipruimte is vaak vochtig. Gebruik bij isolatie daarom vochtbestendig materiaal. Bij een houten vloer wordt het isolatiemateriaal tussen de vloerbalken aangebracht. Snij de isolatieplaten ruim op maat, zodat ze knellend tussen de balken komen te zitten. Een flexibel materiaal - zoals minerale wol - is dan handig, omdat het goed samen te drukken is tussen de balken.

Laat het isolatiemateriaal steunen op bijvoorbeeld houten latten. Bij voorkeur zijn die geïmpregneerd tegen vocht. Een andere optie is om het isolatiemateriaal te laten steunen op gespannen, roestvrije (staal)draden.

Betonnen en stenen vloeren

Bij een betonnen of stenen vloer worden de isolatieplaten gelijmd of met behulp van isolatiebevestigers gemonteerd. Die zijn er in verschillende uitvoeringen. Van plakpinnen die onder aan de vloer geplakt worden tot lange pluggen met een schotel aan de achterkant om de platen op hun plek te houden. Een beganegrondvloer isoleren kan ook met pur. Schakel hiervoor een gecertificeerd bedrijf in; zij werken volgens een bepaalde procedure waardoor de gezondheidsrisico’s nihil zijn.

Naden en kieren dichten

Maak na het isoleren van de vloer naden en kieren dicht. Isoleer ook het luik naar de kruipruimte met een stuk isolatieplaat en tochtstrips.

Hoogte

Voor het isoleren van de begane grondvloer aan de onderkant is het noodzakelijk dat de kruipruimte voldoende hoog is om er te kunnen werken. En dat de kruipruimte na het isoleren gewoon bereikbaar blijft voor noodgevallen. Klussen in de kruipruimte is niet leuk, maar goed te doen voor de handige doe-het-zelver.

Folie

Vaak wordt deze methode gecombineerd met het aanbrengen van een laag folie op de bodem van de kruipruimte. Die zorgt ervoor dat vocht vanuit de bodem niet verdampt, waardoor het minder vochtig wordt in de  kruipruimte. Daardoor komt er ook minder vochtige lucht via de vloer in de woning, waardoor de relatieve luchtvochtigheid in huis lager blijft. 

Aandachtspunten

Controleer op lekkages

Voordat u plekken in uw huis isoleert, controleer deze eerst op vochtplekken. Die zijn vaak het gevolg van lekkage. Voorkom houtrot door de oorzaak van de lekkage weg te nemen. Isolatiemateriaal dat vochtig wordt verliest zijn isolatiewaarde.

Relatieve luchtvochtigheid

De relatieve luchtvochtigheid geeft in procenten aan hoeveel waterdamp er in de lucht zit ten opzichte van wat maximaal mogelijk is. Hoe hoger de luchttemperatuur, hoe meer grammen waterdamp de lucht bevat. De ideale relatieve luchtvochtigheid is tussen de 40 en de 55%. Een hoge luchtvochtigheid in een woning geeft vochtproblemen, zoals schimmelvorming. Ventileren voorkomt dat probleem. Omgekeerd kan een te lage luchtvochtigheid ook tot problemen leiden. Sommige mensen ervaren ademhalingsproblemen, houten vloeren en meubels kunnen krimpen en scheuren. Met een luchtbevochtiger is dat probleem opgelost. 

Minerale wol

Minerale wol kan de huid irriteren vanwege de fijne loskomende vezels. Draag daarom goed dekkende kleding en een mondkapje. Komen de vezels toch op uw huid, spoel dan met koud water.

Isolatiebedrijven vinden

Vind gecertificeerde bedrijven die gespecialiseerd zijn in isoleren op wijisoleren.nl.