Rekenvoorbeelden overdrachtsbelasting

Stel, u koopt een huis. De verkoper heeft deze woning tussen 1 september 2012 en 1 januari 2015 gekocht en verkoopt het binnen drie jaar aan u door. Dan hoeft u geen of minder overdrachtsbelasting te betalen. Bij aankoop van de woning na 1 januari 2015 geldt de vrijstelling voor de volgende koper alleen als het huis binnen zes maanden is doorverkocht. Hieronder enkele rekenvoorbeelden.

Voorbeeld 1: Woning wordt gekocht voor dezelfde prijs

Els koopt 1 oktober 2014 een huis voor € 300.000.
Hierover betaalt ze 2% overdrachtsbelasting, dus € 6.000.
Ze verkoopt het huis binnen drie jaar voor € 300.000 aan Martin.
Martin betaalt geen overdrachtsbelasting.

Voorbeeld 2: Woning wordt gekocht voor een hogere prijs

Els koopt op 1 oktober 2014 een huis voor € 300.000. Hierover betaalt ze 2% overdrachtsbelasting, dus € 6.000.
Ze verkoopt het huis binnen drie jaar voor € 350.000 aan Martin.
Martin betaalt overdrachtsbelasting over het verschil.
Hij betaalt dus 2% over € 50.000 (€ 350.000 - € 300.000)= € 1.000.

Voorbeeld 3: Woning wordt gekocht voor dezelfde prijs. Afspraak is dat de koper de niet-betaalde overdrachtsbelasting aan de verkoper vergoedt.

Els koopt op 1 oktober 2014 een huis voor € 300.000. Hierover betaalt ze 2% overdrachtsbelasting, dus € 6.000.
Ze verkoopt het huis binnen drie jaar voor € 300.000 aan Martin.

Martin betaalt geen overdrachtsbelasting over € 300.000. Dit is voor hem een voordeel. Maar in het modelcontract is afgesproken dat hij de € 6.000 die hij anders aan overdrachtsbelasting had moeten betalen nu aan Els vergoedt.
Daarnaast betaalt Martin aan de fiscus overdrachtsbelasting over dit extra aan Els betaalde bedrag van € 6.000. Dit komt neer op een overdrachtsbelasting van 2% over € 6.000. Dat is € 120.
Als Martin en Els gebruik maken van het modelcontract, geldt dat Martin de betaalde overdrachtsbelasting mag aftrekken van het bedrag dat hij aan Els vergoedt. Hij betaalt Els dus in dit geval € 6.000 - € 120 = € 5.880.

Voorbeeld 4: Woning wordt gekocht in 2015 en binnen zes maanden doorverkocht voor dezelfde prijs.

Els koopt op 1 maart 2015 een huis voor € 300.000. Hierover betaalt ze 2% overdrachtsbelasting, dus € 6.000.
Ze verkoopt en levert het huis binnen zes maanden voor € 300.000.
Martin betaalt geen overdrachtsbelasting.
Els en Martin spreken af dat Martin dit voordeel aan Els vergoedt. Hij dient (net als in voorbeeld 3) over het voordeel overdrachtsbelasting te betalen. Dit komt neer op 2% van € 6.000. Dat is € 120.
Als Martin en Els gebruik maken van het modelcontract, geldt dat Martin de betaalde overdrachtsbelasting mag aftrekken van het bedrag dat hij aan Els vergoedt. Hij betaalt Els dus in dit geval € 6.000 - € 120 = € 5.880.

Voorbeeld 5: Woning wordt gekocht in 2015 en na zes maanden doorverkocht en geleverd voor dezelfde prijs.

Els koopt op 1 maart 2015 een huis voor € 300.000. Hierover betaalt ze 2% overdrachtsbelasting, dus € 6.000.
Ze verkoopt de woning voor € 300.000 en levert deze op 1 november 2015 aan Martin. Dit is meer dan zes maanden later.
Martin betaalt in dit geval 2% overdrachtsbelasting over € 300.000. Hij moet dus, net als Els, weer € 6.000 overdrachtsbelasting betalen. De vrijstelling is niet van toepassing.