In de stad woon je niet klein, maar micro

In steden als Amsterdam worden microwoningen van 30 tot 40 vierkante meter met honderden tegelijk gebouwd en grif verkocht. Klein wonen is voor de bewoners zowel noodzaak als een keuze. 

EIGEN HUIS MAGAZINE, NOVEMBER 2017 - Meer dan de helft van de in 2015 opgeleverde nieuwbouw in de hoofdstad bestond uit eenkamerwoningen, zo bleek uit cijfers van het gemeentelijke onderzoeksbureau IOS Amsterdam. Het aantal woningen tot 40 vierkante meter steeg dat jaar tot in totaal 35.000. In 2016 kwamen daar nog ruim 4.000 bij. 

Deze microwoningen bevinden zich in grote complexen met gemeenschappelijke voorzieningen als een dakterras, fietsenstalling en wasserette. Vastgoedontwikkelaar AM bouwde in Amsterdam twee van deze complexen met elk circa 600 koop-en huurappartementen. Nieuwe projecten staan ook in de steigers. Ook in Utrecht en Eindhoven staan dergelijke gebouwen. 

Wonen in halve bezemkasten

Microwoningen zijn niks nieuws, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningmarkt aan de TU Delft. ‘De gemiddelde Amsterdamse woonruimte is altijd al kleiner geweest dan in de rest van Nederland. Als je in de stad wilt wonen, dan woon je doorgaans klein.’ In sommige wereldsteden gaan ontwikkelaars nog veel verder, zegt Boelhouwer. ‘In Hong Kong en sommige Japanse steden wonen mensen in halve bezemkasten.

Dat nu ook in Nederland zoveel kleine appartementen worden gebouwd, komt omdat in de grote steden een groot tekort is aan betaalbare woningen van een groter formaat. ‘Vooral starters kiezen voor een microwoning’, zegt Boelhouwer. ‘Liever iets dan niets.’

Geen oplossing voor woningtekort

Toch lossen microwoningen het woningtekort in de grote steden niet op. Daarvoor is de vraag naar woningen te groot. De bevolking groeit, meer mensen willen in de steden wonen en steeds meer mensen wonen alleen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zo stijgt het aantal inwoners van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag tot 2030 met ongeveer 15 %. Tegelijkertijd groeit het aantal eenpersoonshuishoudens met 50 %. 

Microwonen bewuste keuze

Microwoningen zijn niet altijd een noodzaak, sommigen kiezen er bewust voor. ‘In de grote steden leven veel kenniswerkers die nauwelijks thuis zijn’, zegt Boelhouwer. ‘Ze eten buiten de deur en gebruiken hun huis alleen als slaapplaats. In New York worden al jaren heel wat appartementen zonder keuken opgeleverd. Ook in Amsterdam gaat het die kant op.’

Boelhouwer verwacht dat microappartementen voorlopig nog wel even in trek zullen blijven. Vooral onder starters in Amsterdam en Utrecht: ‘Die appartementen worden als zoete broodjes verkocht en verhuurd.’ Wel ziet Boelhouwer één risico: ‘Als de woningmarkt weer in een crisis geraakt – wat ik voorlopig nog zeker niet verwacht – dan zijn juist deze appartementen moeilijk verkoopbaar.’

Auteur: Rikke van Geest, beeld: Duco de Vries

Jesse Hupkens

‘Een vaatwasser zou fijn zijn, maar die is lastig in te passen’

Jesse (23) woont in Villa Mokum, een complex in Amsterdam met 1.600 appartementen van 28 tot 33 vierkante meter.

‘Mijn ouders kochten het appartement en ik huur het van hen. Het complex bestaat uit twee gebouwen. Het ene gebouw bestaat uit huurwoningen voor studenten. Het andere uit koopappartementen, waar vooral studenten en young professionals wonen. Soms zie ik een oudere bewoner, maar het zijn er niet veel. We hebben gemeenschappelijke terrassen, een binnentuin en een fietsenstalling. Onderin het gebouw zit een kleine supermarkt en een wasserette, daarvan maak ik niet veel gebruik. Ik heb gekozen voor een eigen wasmachine in de keuken.

Nu ik er een tijdje woon, zou een vaatwasser ook wel fijn zijn, maar die is lastig in te passen. 33 vierkante meter is niet groot, maar als ik het vergelijk met een studentenkamer mag ik absoluut niet klagen. Ik heb een opklapbed met daaronder een tafel. Ook heb ik een uitschuifbaar bureau gekocht.

Er staan geregeld appartementen te koop en die zijn binnen een paar weken verkocht boven de vraagprijs. In de drie jaar dat ik hier woon, is nog maar één bewoner van mijn gang vertrokken. Ik denk dat ik hier nog zeker een paar jaar blijf wonen. Het is een goede locatie, vlak bij de metro en op normale fietsafstand van het centrum.’

Elske en Theo Stegenga

‘Ik noem ons appartement onze kleine schoenendoos’

Elske Rozendal (27) en Theo Stegenga (31) wonen in een appartement van 40 vierkante meter in Zaandam.

‘Een paar jaar geleden was het voor ons een aantrekkelijk moment om een huis te kopen. Ik kreeg een vast contract, de hypotheekrente was laag en de prijzen goed. We wilden graag in Haarlem blijven wonen, maar we moesten realistisch zijn. In Zaandam waren de woningen een stuk goedkoper.

Wij wonen in het centrum boven een ijssalon. De voormalige bovenwoning is in meerdere, kleine appartementen verdeeld, allemaal bewoond door werkende jongeren. Het enige gemeenschappelijke is de trap. Ik noem ons appartement liefkozend mijn kleine schoenendoos. Maar het is 3 meter hoog, dus oogt het niet zo klein. Bovendien hebben we een dakterras van 8 vierkante meter.

We benutten onze ruimte optimaal. Onze bank is een Ikea-slaapbank zodat mensen kunnen blijven logeren. Onze tafel kun je uittrekken, zodat er 6 tot 8 personen kunnen aanschuiven. Dat geeft vrijheid. Ik heb geen extra slaapkamer nodig. we hebben niet veel spullen en ik weet vrij zeker dat ik geen kinderen wil. Wel zou ik graag een grotere kledingkast willen, maar die past niet in de slaapkamer.

We kijken naar woningen die iets ruimer zijn en dichter bij de snelwegen liggen. De woningen in onze straat staan niet langer dan twee weken te koop. Ik vrees eerder dat ik geen nieuw huis kan vinden dan dat ik het appartement kan verkopen.