Voor alles is een eerste keer, en zo plande ik de allereerste bezichtiging in onze huizenjacht. Om eerlijk te zijn ging dat vrij impulsief. Het was de week voor onze vakantie. Ik zat tot over mijn oren in de jaarlijkse inpakstress terwijl Bas op zakenreis was. Toch wilde ik eens letterlijk én figuurlijk over de drempel stappen en me laten rondleiden door een makelaar.

Leisteen en smurfenblauw

Ik had mijn oog laten vallen op rijtjeshuis in de Rotterdamse wijk Overschie. Het was typisch zo’n huis waarvan anderen zeggen dat je ‘door het interieur heen moet kijken’. Het oudere echtpaar dat het te koop aanbood, hield er nogal een andere smaak op na dan wij als jonge starters. Met name de vloer was een doorn in het oog. De grote leistenen tegels op de benedenverdieping vonden wij op zijn zachtst gezegd niet mooi. ‘’Zoiets leg je toch buiten bij een vijver’’, vroeg mijn vriend zich hardop af toen we door de Funda-foto’s scrolden. Ook de tuttige witte keuken en de geheel blauwe slaapkamer- zelfs het laminaat kwam in smurfenkleur- scoorden geen pluspunten. De buurt daarentegen stond hoog op ons wensenlijstje. Bas en ik kennen Overschie van de kerstmarkt waar we elk jaar een kraampje huren. We hadden al vaker tegen elkaar gezegd hoe knus we de wijk vol oude pandjes vonden. Een dorpje in de stad, zo werd op Funda gesteld. Op naar Overschie dus.
Leistenen vloer

Geen verkooppraatjes

Het leek me niet verstandig -en ja, ook een beetje spannend- om alleen naar de bezichtiging te gaan. Twee zien altijd meer dan één en zo vroeg ik een vriendin met me mee te gaan. Ongedurig gluren we door het keukenraam naar binnen. Alleen die vreselijke vloer is te zien. Een kwartier te laat komt de makelaar aangewandeld terwijl hij zich excuseert voor drukte in het verkeer. Wat binnen volgt laat zich geen verkooppraatje noemen. Het huis staat al driekwart jaar te koop en is behoorlijk gedateerd, stelt hij. Als hij mij was, zou hij de keuken, de badkamer en die leistenen vloer vervangen. Bovendien kon het hele huis eigenlijk wel een opfrisser gebruiken, dus elke kamer witten zou ook geen overbodige luxe zijn. Om over het blauwe laminaat boven maar niet te spreken… ‘’Ik denk dat je zo 30 à 40 duizend euro kwijt bent om het naar je zin te maken’’, rekent hij me voor. Met een vraagprijs van 275.000 is dat geen kattenpis. 

Berging gezocht

Maar tijdens de rondleiding zie ik ook wat elke kamer zou kúnnen zijn. Terwijl ik het oudbollige interieur probeer te negeren, zie ik zoveel potentie. Maar met alles wat er moet gebeuren, is de vraagprijs inderdaad te hoog voor ons budget. En hoeveel zou daar nou in een tijd als deze vanaf kunnen? Voor we vertrekken herinner ik me dat er ook een berging bij het huis zou moeten zijn, maar in de tuin is er geen schuur te bekennen. Wanneer ik de makelaar ernaar vraag, kijkt hij me met grote ogen aan. ‘’Staat dat er echt? Ik zou het niet weten’’, stamelt hij. We besluiten met z’n drieën op onderzoek uit te gaan en vinden twee huizen verderop een stenen berging. De makelaar is even verbaasd als wij wanneer de sleutel past. Wat een blunder! ‘’De berging is wel de enige ruimte waaraan we niets zouden hoeven te veranderen’’, concludeer ik lachend.

Vertwijfeld rijd ik terug naar Breda. Eenmaal thuis aangekomen, stuur ik Bas een berichtje dat er te veel aan het huis moet gebeuren. We kunnen het beter uit ons hoofd zetten. ‘’Jammer’’, appt hij terug. 

Over Susanne de Bruin

Twee keer per maand schrijft Susanne de Bruin (25), freelance journalist uit Breda, over haar zoektocht naar een huis als starter op deze ontplofte woningmarkt.

"Je weet dat de concurrentie hoog is. Daardoor zijn we er elke dag wel mee bezig."

Lees alle blogs van Susanne