terug naar Regeerakkoord

Dit zegt het regeerakkoord over: financiële veranderingen

Het nieuwe kabinet voert een aantal financiële veranderingen door die gevolgen hebben voor woningbezitters. Zo wordt de hypotheekrenteaftrek verlaagd, daalt het eigenwoningforfait en gaat het heffingsvrije vermogen omhoog. De veranderingen samengevat.  

Inkomstenbelasting

In 2019 wordt een tweeschijvenstelsel geïntroduceerd met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%. Het toptarief wordt bereikt vanaf een inkomen van € 68.600,-. Deze grens wordt tijdens de kabinetsperiode niet geïndexeerd.

Maximale hypotheek

Om de financiële risico's te beperken, zijn de hypotheekregels al in de vorige kabinetsperiode aangepast; de maximale hypotheek wordt stapsgewijs afgebouwd tot maximaal de waarde van de woning. Het nieuwe kabinet houdt hieraan vast. Het verschil tussen de waarde van een woning en eventueel een hoger bod, moet dan met eigen geld worden betaald.

Hypotheekrenteaftrek

Het percentage waartegen hypotheekrente mag worden afgetrokken, daalt vanaf 2020 in stappen van 3 procentpunt per jaar, totdat het basistarief (36,93%) is bereikt. Ter compensatie daalt het eigenwoningforfait geleidelijk met 0,15%.

Wet Hillen

De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (de Wet Hillen) wordt met ingang van 2019 in 30 jaar afgeschaft.

Heffingsvrij vermogen

Het kabinet past de berekening van de belasting in box 3 (vermogensrendementsheffing) aan, zodat deze beter aansluit op het werkelijke rendement van spaartegoeden. Het heffingsvrije vermogen gaat omhoog van € 25.225 naar € 30.000 (€ 60.000 voor fiscale partners).

Btw op klussen

Het btw-tarief op isoleren, schilderen, stukadoren en behangen van woningen die ouder zijn dan 2 jaar gaat in 2019 omhoog: van 6% naar 9%.

Rekenvoorbeelden

Let op! Het effect is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Voor de meeste mensen met een modaal inkomen zijn de gevolgen beperkt. Wilt u weten wat de gevolgen zijn voor uw persoonlijke situatie dan adviseren wij u contact op te nemen met uw hypotheekadviseur.

Hypotheekaftrek

De beperking van de hypotheekrenteaftrek treft met name huiseigenaren waarvan de hoofd kostwinner een inkomen heeft van meer dan 2 keer modaal, een hoge hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning en een hoge hypotheekrente.

Hieronder enkele voorbeelden. In deze voorbeelden zijn alleen de effecten op de hypotheeklasten meegenomen. De algemene verlaging van de inkomstenbelasting is niet meegenomen.

Rekenvoorbeeld 1

Hans en Eva hebben in 2008 een huis gekocht. Ze hebben de woning gefinancierd met een hypotheek van 4 ton en hebben de rente voor 20 jaar vastgezet tegen 5%. De WOZ-waarde van de woning is 4 ton. Het hoogste inkomen is €90.000. Door de versnelde afbouw van de hypotheekrente in 4 stappen van 3% is voor Hans en Eva de betaalde hypotheekrente in 2023 niet meer aftrekbaar tegen 47% maar tegen 37%. De bijtelling van het eigenwoningforfait wordt wel iets verlaagd (van 0,75% van de waarde van de woning naar 0,6%). Voor Hans en Eva nemen de netto maandlasten van hun hypotheek vanaf 2020 fors toe tot een bedrag van ruim €100 in 2023.

Rekenvoorbeeld 2

Kees en Maud hebben in 2015 een huis gekocht. Voor de aankoop van de woning hebben ze de overwaarde uit de oude woning gebruikt. Ze hebben de woning gefinancierd met een hypotheek van 2 ton en hebben de rente voor 10 jaar vast gezet tegen 2%. De WOZ-waarde van de woning is 4 ton. Het hoogste inkomen is €80.000. Door de versnelde afbouw van de hypotheekrente in 4 stappen van 3% is voor Kees en Maud de betaalde hypotheekrente in 2023 niet meer aftrekbaar tegen 47% maar tegen 37%. De bijtelling van het eigenwoningforfait wordt wel iets verlaagd (van 0,75% van de waarde van de woning naar 0,6%). Voor Kees en Maud dalen de netto maandlasten van hun hypotheek geleidelijk vanaf 2020 tot een bedrag van €10 euro in 2023.

Wet Hillen

Rekenvoorbeeld 1

Bert en Margriet zijn gepensioneerd en hebben hun huis (twv 250.000) vorig jaar afbetaald. Ze ontvangen AOW en een beperkt pensioen, dit zijn de gevolgen: ze maken nu gebruik van de Wet Hillen en hebben geen hypotheeklasten, maar ook geen bijtelling van het eigenwoningforfait. Voor Bert en Margriet betekent de afschaffing van de Wet Hillen dat ze langzaam maar zeker belasting gaan betalen over de woning. In 2020 is de te betalen belasting ongeveer €8 (jaar). In 2025 is de te betalen belasting opgelopen naar €37 en in 2030 naar €74.

Rekenvoorbeeld 2

Piet en Clasien zijn gepensioneerd en hebben een hypotheekvrije woning (waarde €500.000). Piet heeft diverse management functies gehad en ze verdienen ruim 70.000 bruto per jaar. Vanwege de Wet Hillen betalen ze nu geen belasting over de eigen woning. Omdat de waarde van de woning behoorlijk is en de Piet en Clasien een goed pensioen hebben, worden zij zwaarder getroffen door de afschaffing van de Wet Hillen. In 2020 is de te betalen belasting ongeveer €50 (jaar). In 2025 is de te betalen belasting opgelopen naar €250 en in 2030 naar €500.

terug naar Regeerakkoord

Sta ook sterker met bijna 750.000 leden