Kennisbank
Waar moet een elektra-installatie aan voldoen?
Voor nieuwbouw en bestaande bouw gelden verschillende eisen.
Nieuwbouw
De elektra-installatie of van een nieuw te bouwen woning moet voldoen aan de nieuwste versie van de .
De groepenkast (verdeelinrichting) moet voldoen aan de Europese norm IEC61439
Bestaande woning
Bestaande woningen hoeven niet te worden aangepast aan de nieuwste eisen uit de NEN 1010. Alleen bij uitbreiding of ingrijpende aanpassing moeten een hoofdschakelaar en minimaal twee geplaatst worden. Deze uitbreiding moet voldoen aan de nieuwe eisen. Hoewel niet wettelijk verplicht, adviseren wij om alle te voorzien van een aardlekschakelaar.
Aantal wandcontactdozen, lichtpunten en bedrading
In de NEN 1010 staat niet hoeveel wandcontactdozen (WCD) en lichtpunten minimaal aanwezig moeten zijn. Vereniging Eigen Huis gaat voor een veilige installatie uit van onderstaande tabel.

Bedrading
Kleuren
De kleuren van de bedrading zijn in de NEN 1010 voorgeschreven.

(klik om te openen in nieuw scherm)
Dikte bedrading
Bij het installeren van elektra en het aansluiten van apparaten is het om meerdere redenen van groot belang om de juiste dikte van de bedrading te kiezen:
- Warmteontwikkeling en brandgevaar
Te dunne kabels hebben een hogere weerstand en hoe meer weerstand, hoe warmer de kabels worden. Te dunne kabels kunnen oververhit raken en smelten waardoor brandrisico ontstaat. - Spanningsval
Hoe dunner de bedrading hoe meer spanningsverlies plaatsvind over de lengte van de bedrading. Dat kan betekenen dat apparaten aan het einde van de bedrading minder spanning krijgen en daardoor niet goed kunnen functioneren of dat er schade kan ontstaan in het apparaat.
Naast de dikte is ook de lengte van belang. Hoe langer de bedrading hoe groter het spanningsverlies is.
Dikte volgens de NEN1010
De NEN1010 en andere normen stellen minimale doorsnedes om risico's te vermijden. Correcte kabeldikte zorgt ervoor dat de installatie veilig, betrouwbaar en duurzaam is.
Minimale kabeldoorsnedes volgens NEN1010
- Verlichting: 1,5 mm²
- Stopcontacten (16 A eindgroep): 2,5 mm²
- Zware apparaten (>2 kW): eigen groep, meestal ≥ 2,5 mm²
- Kookgroep: vaak 6 mm²
- 32 A krachtgroep: meestal 6 mm² (soms 10 mm² bij lange lengtes)
- Aardingsgeleider: minimaal gelijk aan fasegeleider
Bedrading eindgroepen in groepenkast.
De dikte van de bedrading in de groepenkast wordt afgestemd op de maximale belasting van de eindgroep. Standaard wordt een huishoudelijke eindgroep beveiligd met een 16 Ampere (16 A) installatieautomaat. Bij zwaardere gebruikers, zoals kookplaten en laadpalen wordt vaak 32 Ampere (32 A) toegepast.
Gangbare minimale aderdoorsnedes voor eindgroepen:
- 16 A Eindgroep
Gebruikelijke doorsnede: 2,5 mm² koper. Voldoet daarmee aan de thermische belasting en spanningsval-eisen bij normale lengtes. - 32 A eindgroep
Gebruikelijke doorsnede 6 mm² koper. Voldoet meestal, maar dient berekend te worden op basis van maximale hoeveelheid stroom, lengte leidingen, installatiemethode en correctiefactoren. Soms moet 10 mm2 gebruikt worden.
Aandachtspunten
- Oude canvasdraden kunnen breuken vertonen en kortsluiting veroorzaken. Vervang deze zo snel mogelijk door nieuwe draden met vinyl-isolatie. De nieuwe kleurcodes zijn: bruin (fasedraad), blauw (nul), zwart (schakeldraad) en groen/geel (aardedraad).
- De aanvoerleiding van de waterleidingbedrijven wordt tegenwoordig niet meer in metaal, maar in kunststof uitgevoerd. De waterleiding mag daarom niet meer worden gebruikt als aarding voor de woning. Als je voorheen de waterleiding als aarding hebt gebruikt, moet je nu een eigen aardelektrode / aardingspen aan laten leggen.
- Bij woningen die na 1996 zijn gebouwd moet bij meer dan 6 groepen een hoofdschakelaar aanwezig zijn. Vanaf 2005 moet altijd een hoofdschakelaar worden geplaatst.