Inkomstenbelasting
Als huiseigenaar doe je ieder jaar aangifte inkomstenbelasting. Zo betaal je belasting over inkomsten uit werk en woning. We leggen je uit welke zaken je hierbij tegenkomt.

Belastingaangifte 2025
Ontvang je bericht van de Belastingdienst waarin staat dat je aangifte inkomstenbelasting 2025 moet doen? Dan moet je aangifte doen. Heb je geen bericht ontvangen, maar verwacht je dat je belasting moet betalen of juist terugkrijgt? Controleer dan zelf of je aangifte moet doen door voor proef een aangifte in te vullen.
De aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025 kun je pas vanaf 1 maart 2026 online indienen via Mijn Belastingdienst of de aangifte-app. Houd deze data in de gaten:
- Vanaf 1 maart: aangifte doen
- 30 april: uiterlijke datum aangifte indienen
- 1 april: doe je aangifte vóór 1 april, dan krijg je vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst
TIP In de eerste twee weken na 1 maart wordt de website van de Belastingdienst druk bezocht. Door overbelasting is het daardoor soms niet mogelijk aangifte te doen. Wacht je even, dan is de kans groter dat het wel lukt. Bovendien heeft de Belastingdienst dan de tijd gehad om wat foutjes in het programma te herstellen.
Belastingaangifte in specifieke situaties
- je hebt je hypotheek in 2025 overgesloten of afgelost;
- je hebt in 2025 een woning hebt gekocht of verkocht;
- je had een (nieuw)bouwdepot in 2025;
- je bent in 2025 gescheiden.
Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is het bedrag dat je bij de aangifte inkomstenbelasting in box 1 bij je inkomen optelt, als je eigenaar bent van een woning die je hoofdverblijf is. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van de woning. Je gemeente stelt jaarlijks de WOZ-waarde van je woning vast.
Aftrekposten eigen woning
Als eigenwoningbezitter mag je bepaalde kosten aftrekken van je inkomen in box 1, over het jaar waarin je die kosten hebt gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
- rente over de eigenwoningschuld - waaronder de hypotheekrente;
- periodieke betalingen voor gebruik van andermans grond, zoals erfpachtcanons.
Infoblad welke kosten zijn aftrekbaar_apr 2025.pdf (pdf)
Hypotheekrente (pdf)
Fiscaal partner
Als fiscale partners kun je samen aangifte inkomstenbelasting doen. Je mag dan het totaalbedrag (saldo) van jullie inkomsten en aftrekposten van de woning onderling verdelen. Je geeft daarvoor allebei het totaal aan van het eigenwoningforfait. Daar trek je de aftrekposten van af. Elke verdeling mag, als het totaal maar 100% is.
Beantwoord de vragen in het Stroomschema Fiscaal partnerschap en je ziet direct of je elkaars fiscale partner bent.
Stroomschema: Fiscaal partnerschap (pdf)
Heb je met meer mensen een eigen woning als hoofdverblijf? En ben je niet elkaars fiscale partner? Dan moet elke bewoner zijn eigen deel van het eigenwoningforfait aangeven, dat overeenkomt met zijn aandeel in de eigendom van de woning.
Meer financiële tips en nieuws?
Vaker lezen over allerlei geldzaken rondom je huis? Voeg extra financiële onderwerpen, tips en nieuws toe aan je algemene nieuwsbrief.
AanmeldenGeen of kleine hypotheekschuld (Wet Hillen)
Heb je jouw hypotheek (bijna) volledig afgelost? Dan hoef je voor je woningbezit in principe geen inkomstenbelasting te betalen (Wet Hillen). Het eigenwoningforfait moet bij de aangifte inkomstenbelasting wel gewoon worden ingevuld, maar je hebt dan ook recht op een extra aftrekpost vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld. Sinds 2019 zou deze aftrekpost geleidelijk in 30 jaar worden afgebouwd. Bij het Belastingplan 2026 is deze termijn met 7 jaar verkort. Het afbouwpercentage stijgt daardoor van 3,33% naar 4,8%. Dit betekent dat je in de toekomst sneller te maken krijgt met een steeds grotere bijtelling van het eigenwoningforfait.
Restschuld vroegere eigen woning
Als je je eigen woning na 28 oktober 2012 en voor 1 januari 2018 hebt verkocht en de verkoopprijs was lager dan je eigenwoningschuld, dan heb je een restschuld. Sluit je voor de financiering van deze restschuld een lening af, dan is de rente over deze lening voor de duur van 15 jaar aftrekbaar in box 1. Je geeft de aftrekbare rente op in je aangifte bij de vraag "Restschuld vroegere eigen woning” in box 1 werk en wonen. Je geeft de restschuld dus niet in box 3 op.
Voorlopige teruggave 2026
Verwacht je over 2026 belasting terug te krijgen omdat je aftrekposten hebt, zoals de hypotheekrente? Dan hoef je niet te wachten tot het voorjaar van 2027, wanneer je aangifte doet over 2026. Met een verzoek om een voorlopige teruggaaf kun je al dit jaar maandelijks belasting terugkrijgen. Lees in het stappenplan voorlopige aanslag hoe je dat doet.
Check welke veranderingen invloed hebben op je voorlopige aanslag.
Checklist voorlopige aanslag (pdf)
Belastingwijzer
Meer weten over de fiscale behandeling van je woning? Download de Belastingwijzer.
E-book De BelastingwijzerE-book Belastingaangifte woningeigenaren
Heb je in 2024 je eerste eigen huis gekocht? Ben je appartementseigenaar en dus lid van een VvE? We hebben een handig e-book gemaakt om jou en alle andere woningeigenaren te helpen met de belastingaangifte.
Download e-bookHet boxenstelsel
De inkomstenbelasting kent drie soorten belastbaar inkomen. Deze zijn ingedeeld in drie boxen met eigen regels en tarieven. Je inkomen of vermogen valt in een van de drie boxen.
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
In box 1 worden de inkomsten uit werk en woning belast. Dat zijn bijvoorbeeld winst uit onderneming en inkomsten uit arbeid. Ook het inkomen uit vroegere arbeid, zoals pensioenen en ontvangen alimentatie, wordt in deze box belast.
De eigen woning die je als hoofdverblijf gebruikt, valt ook in box 1. Bij je inkomen tel je het eigenwoningforfait. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van je woning. Op dit eigenwoningforfait komt in mindering de rente van hypotheken en andere geldleningen. Je mag deze rente maximaal 30 jaar aftrekken van je inkomen. Verder is de hypotheekrenteaftrek beperkt door de bijleenregeling en gelden er sinds 2013 aflossingseisen om voor renteaftrek in aanmerking te komen.
In box 1 kun je bepaalde kosten aftrekken, zoals rente en kosten van leningen die je voor je eigen woning bent aangegaan en bepaalde lijfrentepremies. Ook de persoonsgebonden aftrek, zoals giften en ziektekosten, komen in mindering op het inkomen in box 1.
Hoe hoger je inkomen in box 1, hoe zwaarder het wordt belast. Op de website van de Belastingdienst kun je zien wat de belastingtarieven zijn.
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Je hebt een aanmerkelijk belang als je, eventueel samen met je partner, minimaal 5% van de aandelen bezit in een BV of NV. Inkomsten uit aanmerkelijk belang worden belast naar een tarief van 24,50% tot €68.843 en 31% daarboven (bedragen en percentages 2026).
Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
In box 3 wordt inkomen belast dat je ontvangt op je spaarrekening of verdient met beleggen. Ook ander vermogen, zoals vorderingen op kinderen en een tweede woning, worden in deze box belast. Voor verhuurde woningen en tweede woningen op erfpacht gelden speciale waarderingsregels.
Het eerste gedeelte van je vermogen is vrijgesteld. Deze vrijstelling is €59.357 per persoon. Fiscaal partners hebben dus in totaal een vrijstelling van €118.714.
In box 3 betaal je geen belasting over wat je werkelijk verdient, maar over een fictief rendement. Elk soort vermogen kent een eigen rendementspercentage. Voor 2026 is dit:
- Voor bank- en spaartegoeden: 1,28% (2025: 1,44%)
- Voor beleggingen, vorderingen en andere bezittingen: 6,00% (2025: 5,88%)
- Voor schulden: 2,70% (2025: 2,62%)
Voor schulden geldt een drempel. De eerste €3.800 per persoon (dus bij fiscaal partners €7.600) telt niet mee.
Het is de bedoeling dat vanaf 2028 niet meer het fictieve rendement wordt belast, maar het werkelijk rendement. Het wetsvoorstel dat dit regelt is nog wel in behandeling bij de Tweede Kamer.
Meer informatie over box 3 vind je op de website van de Belastingdienst.
Ontwikkelingen box 3*
Eind 2021 heeft de Hoge Raad aangegeven dat de manier van belasting heffen in box 3 tot 2022 onhoudbaar was. De belasting werd namelijk berekend naar een fictief rendement maar dit wordt vaak niet gehaald. Het kabinet paste daarom in 2023 de belastingheffing aan.
Ook deze aanpassingen zijn volgens de Hoge Raad niet altijd rechtmatig en daarmee onvoldoende. De Belastingdienst moet volgens de Hoge Raad het werkelijk behaalde rendement belasten, wanneer dit lager is dan het fictief rendement. Sinds de zomer van 2025 mogen belastingplichtigen via een speciaal formulier het werkelijk rendement doorgeven. Kijk hier voor welke jaren je het werkelijke rendement mag doorgeven en wat de voorwaarden zijn. Je krijgt voor elk jaar dat je het werkelijk rendement mag doorgeven een aparte brief. De Belastingdienst heeft alvast een lijst gemaakt met de relevante gegevens om het werkelijke rendement te kunnen berekenen.
Als bij het invullen van het formulier Opgaaf werkelijk rendement blijkt dat het werkelijk rendement lager is dan het door de Belastingdienst berekende fictief rendement, dan verstuur je het formulier. Is het werkelijk rendement hoger dan het berekende fictief rendement, dan hoef je het formulier niet te versturen. De Belastingdienst heeft bevestigd dat je niet meer belasting kan gaan betalen dan dat zij eerder hebben berekend.
Veelgestelde vragen
Voor slimme huiseigenaren
Financieel en fiscaal advies
Gratis e-books en checklists
Korting op handige diensten
voor € 37,50 per jaar